Microbiologie college 5

star goldstar goldstar goldstar goldstar greyFemaleMale
67 Vragen - Ontwikkeld door: Zahra - Ontwikkeld op: - 80 keer opgeroepen

Immuunsysteem

  • 1
    De taak van het immuunsysteem is om:
    -
    Externe bedreigingen te verwijderen
    Interne bedreigingen te verwijderen en micro-organisme buiten te sluiten en te verwijderen
  • 2
    Het maken van onderscheid tussen self en non-self is belangrijk voor het proces:
    Fagocytose
    Opsonisatie
    Tolerantie
    Cytolyse
  • 3
    Een molecuul dat een immuunrespons kan opwekken is een:
    Antigeen
    Immunoglobine
    Antilichaam
    Antistof
  • 4
    Hoe wordt een eiwit genoemd dat geproduceerd word als reactie op een antigeen?
    Antilichaam, antistof, immunoglobuline
    -
    Antigeen
  • 5
    Het adaptieve of verworven immuunsysteem is de:
    Specifieke afweer
    Aspecifieke afweer
    -
  • 6
    Het aangeboren immuunsysteem is de:
    -
    Aspecifieke afweer
    Specifieke afweer
  • 7
    Welke immuunsysteem is antigeen specifiek?
    Adaptieve immuunsysteem
    -
    Aangeboren immuunsysteem
  • 8
    Welke immuunsysteem is vanaf de geboorte aanwezig?
    Aangeboren immuunsysteem
    Adaptieve immuunsysteem
    -
  • 9
    Welke immuunsysteem heeft' geheugen'?
    -
    Adaptieve immuunsysteem
    Aangeboren immuunsysteem
  • 10
    Welke afweerlinie wordt gevormd door T en B lymfocyten
    Derde afweerlinie
    Tweede afweerlinie
    Eerste afweerlinie
  • 11
    Welke immuunsysteem geeft bescherming tegen pathogenen in het algemeen
    Aangeboren immuunsysteem
    Adaptieve immuunsysteem
    -
  • 12
    Welke afweerlinie bestaat o.a. uit afweercellen, eiwitten en ontsteking?
    Derde afweerlinie
    Tweede afweerlinie
    Eerste afweerlinie
  • 13
    De eerste afweerlinie is de:
    Interne aspecifieke afweer
    Externe specifieke afweer
    Externe aspecifieke afweer
    Interne specifieke afweer
  • 14
    Welke afweerlinie voorkomt het binnen dringen van micro-organismen?
    Tweede afweerlinie
    Derde afweerlinie
    Eerste afweerlinie
  • 15
    De tweede afweerlinie is de:
    Interne aspecifieke afweer
    Interne specifieke afweer
    Externe specifieke afweer
    Externe aspecifieke afweer
  • 16
    Welke immuunsysteem moet zich ontwikkelen
    Aangeboren immuunsysteem
    Adaptieve immuunsysteem
    -
  • 17
    De derde afweerlinie is de:
    -
    Specifieke afweer
    Aspecifieke afweer
  • 18
    Welke afweerlinie wordt gevormd door de huid en slijmvliezen?
    Derde afweerlinie
    Eerste afweerlinie
    Tweede afweerlinie
  • 19
    Mechanische en chemische barrières zijn onderdeel van het?
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
    Aangeboren imuunsysteem
    -
  • 20
    Cytotoxische T cellen zijn onderdeel van het?
    -
    Aangeboren immuunsysteem
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
  • 21
    Fagocytose is onderdeel van het:
    Aangeboren immuunsysteem
    -
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
  • 22
    B cellen zijn onderdeel van het:
    Aangeboren immuunsysteem
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
    -
  • 23
    NK cellen zijn onderdeel van het:
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
    Aangeboren immuunsysteem
    -
  • 24
    Het complement systeem is onderdeel van het:
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
    Aangeboren immuunsysteem
    -
  • 25
    Helper T cellen zijn onderdeel van het:
    -
    Geboren immuunsysteem
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
  • 26
    Ontsteking is onderdeel van het:
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
    Aangeboren immuunsysteem
    -
  • 27
    Antimicrobiele stoffen zijn onderdeel van het:
    -
    Adaptieve (verworven )immuunsysteem
    Aangeboren systeem
  • 28
    Defensinen en cathelicidinen verstoren de integriteit van de bacteriële:
    Celmembraan
    -
    Celwand
  • 29
    Het proces waarbij extracellulaire deeltjes worden opgenomen in bepaalde cellen en onschadelijk worden gemaakt heet:
    Fagocytose
    Cytolyse
    Opsonisatie
  • 30
    Enzymen die bij fagocytose de microbe afbreken liggen opgeslagen in:
    Fagosomen
    -
    Lysosomen
  • 31
    Welke cellen zijn fagocyterende cellen?
    Dendritische cellen, macrofagen, mestcellen, neutrofielen
    B cellen, nk cellen, t cellen
    -
  • 32
    Welke cel kan doelcellen met een lage expressie van MHC I moleculen doden?
    B cellen
    T cellen
    NK cellen
  • 33
    Interferon wordt geproduceerd door:
    Cellen geïnfecteerd door schimmels
    Cellen geïnfecteerd door virussen
    Cellen geïnfecteerd door bacteriën
  • 34
    Er zijn twee routes waarlangs het complement systeem geactiveerd kan worden. Welke route is afhankelijk van antilichamen?
    -
    Alternatieve
    Klassieke route
  • 35
    Er zijn twee routes waarlangs het complement systeem geactiveerd kan worden. Welke route wordt direct gestimuleerd door micro-organismen?
    Klassieke route
    -
    Alternatieve route
  • 36
    Complement factoren worden geactiveerd door:
    Splitsing
    Methylering
    Fosforylatie
  • 37
    De biologische effecten die optreden door complement activatie zijn cytolyse, opsonisatie en ontsteking. Welke effect wordt veroorzaakt door C3a
    Cytolyse
    Opsonisatie
    Ontsteking
  • 38
    Centraal component in het complement systeem is complement factor?
    C1
    C7
    C5
    C3
    C9
  • 39
    De biologische effecten die optreden door complement activatie zijn cytolyse, opsonisatie en ontsteking. Welke effect wordt veroorzaakt door C3b
    -
    Cytolyse
    Ontsteking en opsonisatie
  • 40
    De biologische effecten die optreden door complement activatie zijn cytolyse, opsonisatie en ontsteking. Welke effect wordt veroorzaakt door C3a
    Ontsteking
    Cytolyse
    Opsonisatie
  • 41
    Hoe stimuleert het complement systeem cytolyse?
    Complement factor C3a verhoogt de permeabiliteit van bloedvaten en trekt fagocyten aan door middel van chemotaxis
    Complement factor C3b bedekt het oppervlak van micro-organismen, waardoor het proces van fagocytose word vergemakkelijkt
    Complement factoren C5-C9 vormen cirkelvormige transmembraan kanalen (porien) in het celmembraan van het micro-organismen. Door deze kanalen lekt de inhoud van de cel naar buiten. De cel gaat kapot en sterft.
  • 42
    Hoe stimuleert het complement systeem opsonisatie?
    Complement factor C3a verhoogt de permeabiliteit van bloedvaten en trekt fagocyten aan door middel van chemotaxis
    Complement factor C3b bedekt het oppervlak van micro-organismen, waardoor het proces van fagocytose word vergemakkelijkt
    Complement factoren C5-C9 vormen cirkelvormige transmembraan kanalen (porien) in het celmembraan van het micro-organismen. Door deze kanalen lekt de inhoud van de cel naar buiten. De cel gaat kapot en sterft.
  • 43
    Hoe stimuleert het complement systeem ontsteking?
    Complement factor C3a verhoogt de permeabiliteit van bloedvaten en trekt fagocyten aan door middel van chemotaxis
    Complement factor C3b bedekt het oppervlak van micro-organismen, waardoor het proces van fagocytose word vergemakkelijkt
    Complement factoren C5-C9 vormen cirkelvormige transmembraan kanalen (porien) in het celmembraan van het micro-organismen. Door deze kanalen lekt de inhoud van de cel naar buiten. De cel gaat kapot en sterft.
  • 44
    Het proces waarbij een micro-organismen wordt bedekt met complement factor C3b ( of antilichaam) waardoor fagocytose wordt vergemakkelijkt heet:
    Agglutinatie
    Cytolyse
    Opsonisatie
    Neutralisatie
  • 45
    Het membrane attack complex wordt gevormd door:
    C1-C5
    C5-C9
    C3-C7
  • 46
    Welke bacteriën zijn het meest gevoelig voor cytolyse?
    Gram positieve bacteriën
    Gram negatieve bacteriën
    -
  • 47
    Bij ontsteking is er sprake van:
    -
    Vasodilatatie
    Vasoconstrictie
  • 48
    Door de verhoogde permeabiliteit van de bloedvatwand treden... uit de bloedbaan.
    Vocht + eiwitten
    Vocht + eiwitten + bloedcellen
    Vocht
  • 49
    Het adaptieve ( verworven) immuunsysteem is afhankelijk van
    NK cellen
    B cellen - T cellen
    Macrofagen
  • 50
    Wat zijn de vier belangrijkste eigenschappen van het adaptieve immuunsysteem?
    Fagocytose invasiviteit, permissiviteit, sensitiviteit
    Diversiteit, geheugen, onderscheid self-non-self, specialiteit
    -
  • 51
    Het aangeboren en adaptieve immuunsysteem functioneren onafhankelijk van elkaar
    Juist
    Onjuist
    -
  • 52
    Welke lymfocyten worden gevormd in de beenmerg?
    -
    Nk cellen en macrofagen
    B en T lymfocyten
  • 53
    Welke lymfocyten rijpen in het beenmerg
    T lymfocyten
    Thalamus
    B lymfocyten
  • 54
    Waar rijpen de T lymfocyten?
    Beenmerg
    Thymus
    Tonsillen
    Thalamus
  • 55
    Welke lymfocyten produceren antilichamen
    T lymfocyt
    B lymfocyt
    -
  • 56
    Welke lymfocyt werkt ook als antigeen presenterende cel?
    T lymfocyt
    -
    B lymfocyt
  • 57
    De receptoren op 1 lymfocyt ( B of T) zijn
    Geen
    Identiek
    Verschillende
  • 58
    Elke lymfocyt draagt een ander unieke receptor
    Juist
    -
    Onjuist
  • 59
    De humane MHC moleculen heten:
    HMHC
    HLA
    -
  • 60
    Welke klassen MHC moleculen komen voor op alle lichaamscellen met een kern?
    Klasse II MHC
    Klasse I MHC
    -
  • 61
    Antigenen gepresenteerd op professionele antigeen presenterende cellen worden gepresenteerd aan?
    Cytotoxische t lymfocyt
    -
    T helper lymfocyt
  • 62
    Een reactie van het immuunsysteem op antigeen waaraan het eerder is blootgesteld is een:
    Auto-immuun reactie
    Allergische reactie (hypersensiviteit)
    Immuun deficientie
  • 63
    Wanneer het immuunysteem tekort schiet in een bepaald type immuunrespons door een defect in de differentiatie route van immuun cellen is er sprake van een:
    Allergische reactie
    Auto-immuun reactie
    Immuundeficientie
  • 64
    Een schadelijke immunologische reacties gericht tegen eigen weefsels (self-antigenen) door ontbreken van immuun tolerantie is een:
    Allergische reactie (hypersensiviteit)
    Immuundeficientie
    Auto-immuun reactie
  • 65
    Voorbeelden van een allergische reactie ( hypersensiviteit ) zijn?
    Hooikoorts en nikkelallergie
    Syndroom van Sjorgen
    Aids
  • 66
    Voorbeeld van een auto-immuunreactie zijn?
    Hooikoorts, nikkelallergie
    Diabetes mellitus type 1, syndroom Sjorgen
    Aids
  • 67
    Een voorbeeld van een immuundeficientie is?
    Aids
    Syndroom van Sjorgen
    Hooikoorts

commentaren (0)

autorenew