MGPT 2015 Capita Selecta-Quiz

star goldstar goldstar goldstar goldstar greyFemaleMale
75 Vragen - Ontwikkeld door: - Ontwikkeld op: - 426 keer opgeroepen

Gemaakt door en voor MASTERS!

  • 1
    1 Artrose is multifactorieel, een van de factoren is een genetische factor.
  • 2
    2 Stap 2 in de WHO-ladder word vaak in de palliatieve fase overgeslagen.
  • 3
    3 End of dose pain is nociceptieve pijn die optreed kort voor het tijdstip van een nieuwe medicatie dosis.
  • 4
    4 postmenopauze osteoporose is een vorm van secundaire osteoporose.
  • 5
    5 Het is af te raden om flexie oefeningen te doen bij osteoporose patiënten.
  • 6
    6 Risicofactoren voor een delier zijn: ouder dan 70 jaar, visusstoornis, fixatie.
  • 7
    7 Bij patiënten ingedeeld in categorie K3 krijgt de patiënt een prothese voor gelimiteerd buiten lopen.
  • 8
    8 Reuma is een auto-immuun ziekte.
  • 9
    9 Bij de TNM-classificatie, staat de N voor node en de M voor metestasering.
  • 10
    10 Een melanoom zaait zelden uit.
  • 11
    11. De behoudfase is de risicovolste fase van het Intergated model for change
  • 12
    12. De voordelen van rotatieplastiek is dat de stomp goed belastbaar is, er een gewricht gecreëerd wordt en dat er geen sprake is van fantoompijn.
  • 13
    13. Het effect van de zorg na een traumatisch hersenletsel zit niet alleen in de behandeling of begeleiding op zichzelf maar ook in de timing van de interventie
  • 14
    14. Karakteristieke locaties van osteoporotische fracturen zijn lumbale wervelkolom, heup en de pols
  • 15
    15. Er is geen bewijs dat de BMI een rol speelt als prognostische factor voor progressie van de radiologische schade van de heup bij heupartrose
  • 16
    16. De palliatie in de stervensfase streeft naar een zo goed mogelijk kwaliteit van leven.
  • 17
    17. Beweeginterventie oncologie is een monodisciplinair fysiotherapeutisch begeleid trainingsprogramma
  • 18
    18. Combinatie van inspannings- en dieetinterventie bij COPD heeft effect op de energie-balans
  • 19
    19. De diagnose wervelfractuur wordt gesteld op basis van de Genant-score graad 1 op een Rontgenfoto (>25% afname)
  • 20
    20. Het is aangetoond dat lopen met een hulpmiddel geen risicofactor is voor fracturen
  • 21
    21. Een lumpectomie is een borstsparende borstkanker OK met altijd een okselklierdissectie:
  • 22
    22. 90 % vd borstkanker patiënten komt in aanmerking voor een chirurgische behandeling:
  • 23
    23. Het beweegprogramma artrose richt zich op patiënten waarbij stoornissen in het gewricht bepalend zijn voor het disfunctioneren.
  • 24
    24. Ouderdoms-osteoporose leidt tot verlies van trabeculair en corticaal botweefsel.
  • 25
    25. Verplichte mobilisatie laat bij licht traumatisch hersenletsel(LTH)een beter herstel zien dan strike bedrust.
  • 26
    Volgens de GOLD-richtlijn is er bij een matige exacerbatie sprake van toename van klachten, maar ontstaat er geen nieuwe zorgvraag, omdat behandeling middels eigen medicatie mogelijk is.
  • 27
    27. Volgens de Garden classificatie is bij een type 3 en 4 de femurkop gedislokeerd.
  • 28
    28. Artrose is een ouderdomsziekte.
  • 29
    29. Een kenmerkend symptoom bij reumatoïde artritis is ochtendstijfheid.
  • 30
    30. Bij COPD patiënten met een ernstige ziektelast wordt de prognose van de ziekte, naast de mate van dyspnoe en comorbiditeit (met name hartfalen), vooral bepaald door het gewicht(sverlies).
  • 31
    31. Geriatrische revalidatiezorg (GRZ) is langdurige, multidisciplinaire, op herstel gerichte zorg voor de groep kwetsbare patiënten die na een ziekenhuisopname voor revalidatiebehandeling in een verpleeghuis worden opgenomen.
  • 32
    32. Katheters, drains en infusen kunnen bijdragen aan het in stand houden van een delier.
  • 33
    33. Osteopenie is een ernstige vorm van osteoporose waarbij fracturen spontaan (dus zonder trauma) kunnen ontstaan.
  • 34
    34. Er zijn virale infecties die als exogene factor het ontstaan van kanker kunnen veroorzaken.
  • 35
    35. Bij acute ischemie en bij sepsis dient spoedamputatie te worden overwogen.
  • 36
    36. De werkgroep is tevens van mening dat het Protocol verstrekkingsproces beenprothesen niet regelmatig herzien moet worden.
  • 37
    37. In ongeveer 90% van de gevallen is een amputatie het gevolg van vaatproblemen.
  • 38
    De overleving van patiënten, die een transfemorale amputatie ondergaan, is beduidend slechter (respectievelijke één en vijfjaarsoverleving 50.6% en 22.5%) dan na een transtibiale amputatie (respectievelijke één en vijfjaarsoverleving 74.5% en 37.8%)
  • 39
    Wanneer er sprake is van een delier kan er geen dementie gediagnosticeerd worden
  • 40
    Bij secundaire preventie van een chronische aandoening is het doel het voorkomen van progressie of hoge ziektelast
  • 41
    41. Wanneer de botmassadichtheid (BMD) >2,5 SD onder het gemiddelde is, is er sprake van osteopenie
  • 42
    42. 70-100% van de kankerpatienten heeft tijdens het ziekteproces last van vermoeidheid
  • 43
    43. een vergroting van het armvolume is een rode vlag bij de screening of behandeling van borstkankerpatienten
  • 44
    44.Aanbevolen dosering vit D bij osteoporose is 20 microgram
  • 45
    45. Massage. UG en laser worden aanbevolen bij artrose
  • 46
    46. Er zijn 4 WTH-niveaus
  • 47
    47. Sarcopenie komt vnl. voor bij borstkanker, prostaatkanker en darmkanker
  • 48
    48. Darmkanker heeft een slechtere prognose dan longkanker
  • 49
    49. Een dexa meting is een botdichtheidsmeting van de thoracale wervelkolom en heup:
  • 50
    50. Een amputatie volgens Syme geeft een goed eindbelastbare stomp:
  • 51
    51. Een combinatie van inspiratoire en expiratoire spiertraining is een zinvolle interventie bij patienten met COPD II-IV die kampen met inspiratoire spier zwakte, vermoeidheid en kortademigheid in het dagelijks leven:
  • 52
    52. De gevoeligheid van tumoren voor radiotherapie neemt af bij ouderen:
  • 53
    53. Fysieke activiteit in de vorm van oefeningen en/of functionele dagelijkse activiteiten leidt tot een afname van pijn en ervaren beperkingen bij mensen met artrose van heup en/of knie:
  • 54
    54. Een solide tumor kan zowel maligne als benigne zijn.
  • 55
    55. Bij een BMI > 25 spreekt men van een exogene risicofactor voor het krijgen van borstkanker.
  • 56
    56. Men spreekt van osteoporose als de BMD >2 SD onder de gemiddelde botdichtheid van jongvolwassenen is.
  • 57
    57. Het duurt ca. 1 jaar voordat een effect op botdichtheid zichtbaar is als men gaat trainen.
  • 58
    58. Prostaglandines spelen een belangrijke rol bij het veroorzaken van neuropathische pijn.
  • 59
    59. Bij solide tumoren spreken we alleen van kanker als er sprake is van maligniteit.
  • 60
    60. Een pijnprikkel wordt in eerste instantie waargenomen en vervolgens beleefd.
  • 61
    61. in 60% van de gevallen is een amputatie ten gevolge van trauma of oncologische problematiek
  • 62
    62. Onder primaire amputatie verstaan we als een volgende vaatreconstructie niet meer mogelijk is of als ondanks geslaagde vaatreconstructie spraak is van een progressieve distale verslechtering.
  • 63
    63. intervaltraining is een alternatief voor duurtraining, vooral voor patiënten die niet in staat zijn om continu te oefenen gedurende een langere tijd.
  • 64
    64. Aanvullende behandeling (zoals Chemotherapie) bij kanker wordt adjuvante behandeling op de chirurgische behandeling genoemd en neo-adjuvante, voorafgaand aan de chirurgische behandeling van kanker.
  • 65
    65. Zorggerelateerde preventie is erop gericht te voorkomen dat beginnende klachten verergeren en zich ontwikkelen tot een aandoening, met name bij personen met een verhoogd risico op die aandoening.
  • 66
    66. Het doel van geïndiceerde preventie is te voorkomen dat een bestaande aandoening leidt tot complicaties, beperkingen, een lagere kwaliteit van leven of sterfte.
  • 67
    67. Niet medicamenteuze interventies bij delier zijn maatregelen gericht op oriëntatie, zintuigen, slaap, mobilisatie, hydratatie, voeding en medicatie.:
    goed
  • 68
    68. Selectieve preventie is erop gericht te voorkomen dat personen met een of meerdere risicofactoren (determinanten) voor een bepaalde aandoening daadwerkelijk ziek worden.
  • 69
    69. Radiotherapie is op hoge leeftijd goed mogelijk. Hoewel toxiciteit niet per se hoger is dan op jonge leeftijd, kunnen functionele gevolgen er wel harder aankomen.
  • 70
    70. Het risico op het krijgen van borstkanker gedurende het hele leven is voor vrouwen in Nederland 1 op 5.
  • 71
    71. Een schildwachtersklier is een lymfeklier die indirect lymfe afvloed ontvangt van het gebied in de borst waar de tumor zich bevind.
  • 72
    72. Een chronische aandoening kan gedefinieerd worden als een irreversibele aandoening met een relatief lange duur zonder uitzicht op (volledig) herstel.
  • 73
    73. Een primaire amputatie vindt plaats wanneer een patiënt een (levensbedreigende) infectie heeft
  • 74
    74. Patiënten met Reumatoïde artritis hebben een verhoogt risico op hart en vaatziekte
  • 75
    75. Ouderdomsosteoporose komt voor bij vrouwen tussen de 51 en 61 jaar, bij wie sprake is van een duidelijk verhoogd verlies van trabeculair botweefsel.

Commentaarfunctie zonder quiz / ff / lijst

commentaren (0)

autorenew