Microbiologie college 1

star goldstar goldstar goldstar goldstar greyFemaleMale
50 Vragen - Ontwikkeld door: Fouzia - Ontwikkeld op: - 435 keer opgeroepen

Mondzorgkunde

  • 1
    Prokaryoten hebben ... celkern
    Een dichte
    Geen
    Een
  • 2
    Eukaryoten hebben ... celkern
    Een dichte
    Een
    Geen
  • 3
    Bacteriën zijn
    Prokaryoten
    Eukaryoten
    Pathogenen
  • 4
    Schimmels zijn
    Pathogenen
    Eukaryoten
    Prokaryoten
  • 5
    Protozoa zijn
    Eukaryoten
    Prokaryoten
    Pathogenen
  • 6
    Coccen zijn
    Bolvormig
    Spiraalvormig
    Staafvormig
  • 7
    Bacillen zijn
    Staafvormig
    Bolvormig
    Spiraalvormig
  • 8
    Spirocheten zijn
    Staafvormig
    Bolvormig
    Spiraalvormig
  • 9
    Pleomorfe bacteriën zijn
    Staafvormig
    Variabel van vorm
    Bolvormig
  • 10
    De term 'dipole' wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Paren
    Hoeken
    Ketens
  • 11
    De term 'stafylo' wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Druiventrossen
    Paren
    Ketens
  • 12
    Protoplast betekent
    Cytoplasma
    Datgene wat omgeven wordt door een celmembraan
    Datgene wat omgeven wordt door een celwand
  • 13
    Gram-positieve bacterien hebben een ... peptidoglycaanlaag.
    Dunne
    Dikke
    Soms dik en soms dun
  • 14
    Gram-positieve bacterien kleuren bij de gram-kleuring:
    Paars/blauw-zwart
    Roze
    Rood
  • 15
    Gram-negatieve bacterien hebben een ... peptidoglycaanlaag.
    Dunne
    Soms dik en soms dun
    Dikke
  • 16
    Gram-negatieve bacterien kleuren bij de gram-kleuring:
    Roze
    Paar/blauw-zwart
    Rood
  • 17
    Welke bacterien hebben een buitenmembraan?
    Gram-positieve bacterien
    Gram-negatieve bacterien
    Beide
  • 18
    Welke bacterien bevatten endotoxinen?
    Gram-positieve bacterien
    Beide
    Gram-negatieve bacterien
  • 19
    Welke bacteriën hebben volgens de definitie geen periplasmatische ruimte?
    Gram-positieve bacteriën
    Gram-negatieve bacteriën
    Beide
  • 20
    Wat is de juiste hierarchie (van hoog naar laag)?
    Orde, domein, rijk, familie, klasse, geslacht, soort, stam
    Domein, rijk, stam, klasse, orde, familie, geslacht, soort
    Rijk, domein, orde, stam, klasse, familie, soort, geslacht
  • 21
    Welke vier type voedingsstoffen hebben bacteriën nodig voor hun groei?
    Anorganische ionen, koolstof, organische voedingsstoffen, zuurstof/waterstof
    Stikstof, koolstof, zuurstof/waterstof, organische voedingsstoffen
    Organische voedingsstoffen, koolstof, anorganische ionen, stikstof
  • 22
    Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
    Microaerofielen
    Autotrofe bacteriën
    Heterotrofe bacteriën
  • 23
    Bacterien die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energie productie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op fermentatie voor energie productie zijn:
    Facultatief anaeroben
    Obligaat (strikte) aeroben
    Capnofielen
  • 24
    Heterotrofe bacteriën zijn parasitaire bacteriën die koolstof halen uit:
    Complexe anorganische verbindingen
    Complexe organische verbindingen
    CH4
  • 25
    Bacterien die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energie productie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op fermentatie voor energie productie zijn:
    Microaerofielen
    Facultatief anaeroben
    Obligaat (strikte) anaeroben
  • 26
    Bacterien die NIET groeien in aanwezigheid van zuurstof zijn:
    Microaerofielen
    Obligaat (strikte) anaeroben
    Obligaat (strikte) aeroben
  • 27
    Bacterien die groeien onder lage zuurstof concentratie zijn:
    Obligaat (strikte) aeroben
    Microaerofielen
    Facultatief anaeroben
  • 28
    Bacterien die groeien onder verhoogde koolstofdioxide concentratie zijn:
    Microaerofielen
    Facultatief anaeroben
    Capnofielen
  • 29
    Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
    Autotrofe bacteriën
    Heterotrofe bacteriën
    Capnofielen
  • 30
    Bacterien die zuurstof nodig hebben om te groeien zijn:
    Obligaat (strikte) anaeroben
    Microaerofielen
    Obligaat (strikte) aeroben
  • 31
    Wat is de juiste volgorde van reproductie (in een kweeksituatie)?
    Lag fase - logaritmische fase - stationaire fase - afstervingsfase
    Logaritmische fase - lag fase - afstervingsfase - stationaire fase
    Stationaire fase - logaritmische fase - lag fase - afstervingsfase
  • 32
    Wat gebeurt er tijdens de lag-fase?
    Aanpassing
    Afname aantal levende bacterien
    Balans tussen nieuwe bacterien en stervende bacterien
  • 33
    Wat gebeurt er tijdens de logaritmische fase?
    Snelle celdeling
    Balans tussen nieuwe bacterien en stervende bacterien
    Afname aantal levende bacterien
  • 34
    De groei van bacteriën wordt met name gereguleerd door:
    PH
    Voedingsstoffen
    Zuurstof
  • 35
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 25 en 40 graden Celsius?
    Mesofiele bacterien
    Psychrofiele bacterien
    Thermofiele bacterien
  • 36
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien onder 20 graden Celsius?
    Psychrofiele bacterien
    Thermofiele bacterien
    Mesofiele bacterien
  • 37
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 55 en 90 graden Celsius?
    Thermofiele bacterien
    Mesofiele bacterien
    Psychrofiele bacterien
  • 38
    Hoe ziet het bacteriële genoom er uit?
    Circulair, enkelstrengs DNA
    Lineair, enkelstrengs DNA
    Circulair, dubbelstrengs DNA
  • 39
    Bacteriën zijn:
    Triploid
    Diploid
    Haploid
  • 40
    Welke variatie is reversibel?
    Genotypische variatie
    Enotypische variatie
    Geen van beide
  • 41
    Welke variatie is een gevolg van een verandering in het milieu?
    Fenotypische variatie
    Geen van beide
    Genotypische variatie
  • 42

    Welke variatie is irreversibel?
    Genotypische variatie
    Geen van beide
    Fenotypische variatie
  • 43
    Transductie is:
    Opname van exogeen bacterieel DNA door een bacterie.
    Het 'paren' van twee bacteriën.
    DNA overdracht door een bacteriofaag.
  • 44
    De F-plasmide speelt een rol bij:
    Conjugatie
    Transformatie
    Transductie
  • 45
    Conjugatie is:
    Opname van exogeen bacterieel DNA door een bacterie
    Het 'paren' van twee bacteriën.
    DNA overdracht door een bacteriofaag
  • 46
    Transformatie is:
    Opname van exogeen bacterieel DNA door een bacterie
    DNA overdracht door een bacteriofaag.
    Het 'paren' van twee bacteriën
  • 47
    Welke plasmiden zijn relatief klein?
    Niet-overdraagbare plasmiden
    Geen van beide
    Overdraagbare plasmiden
  • 48
    Overdraagbare plasmiden worden overgedragen door:
    Transductie
    Transformatie
    Conjugatie
  • 49
    Van welke plasmiden komen er maar 1- 3 kopieën per cel voor?
    Overdraagbare plasmiden
    Niet-overdraagbare plasmiden
    Geen van beide
  • 50
    Welke informatie heeft betrekking op de glycocalyx laag?
    Bevordert vorming biofilm
    Bevat genetisch materiaal (nucleoïd, bestaand uit een circulair chromosoom)
    Fosfolipidebilaag met receptoren en andere eiwitten

commentaren (0)

autorenew