Orthopedagogische Hulpverlening A

star goldstar goldstar goldstar goldstar greyFemaleMale
60 Vragen - Ontwikkeld door: Femke te Ronde - Ontwikkeld op: - 2.572 keer opgeroepen

Oefenvragen Orthopedagogische Hulpverlening A

  • 1
    Wat betekend de afkorting IVBPR?
    Integraal Verdrag voor de Burgerlijke en Politieke Rechten
    Internationaal Verdrag voor de Burgerlijke Plichten en Rechten
    Internationaal Verdrag voor de Burgerlijke en Politieke Rechten
    Integraal Verdrag voor de Burgerlijke Plichten en Rechten
  • 2
    Internationaal recht is hetzelfde als…
    Staatsrecht
    Bestuursrecht
    Mensenrechten
    Burgerlijk recht
  • 3
    Waar kun je aan denken bij burgerlijk recht?
    Scheiding en uitkeringen
    Faillissement en scheiding
    Verdragen en uitkeringen
  • 4
    EVRM is een verdrag voor de inwoners van de landen die lid zijn van …
    Raad van Europa
    Verenigde Naties
    Europa
  • 5
    Hoe kan de rechterlijke macht getoetst worden?
    EHRM
    IVBPR
    EVRM
  • 6
    Waar is meer inspraak bij mogelijk?
    Geen van beide
    Drang en Dwang
    Dwang
    Drang
  • 7
    Wanneer hoef je als hulpverlener geen informatie door te geven aan je 16 jarige cliënt?
    Als het vanwege therapeutische basis niet verstandig is
    Als ouders van de cliënt het niet willen
    Je hoeft sowieso niet alle informatie te vertellen
  • 8
    Je bent autonoom als: er zonder jouw toestemming niets gebeurt met jouw lichaam. Welke uitzonderingen zijn er?
    Kind, wilsonbekwame en EH
    Kind, EH en gerede dwang
    Kind, wilsonbekwame, EH en gerede dwang
  • 9
    Stelling 1: Tot 12 jaar geeft ouder, voogd of curator toestemming
    Stelling 2: Van 12 tot 18 jaar geeft de wettelijk vertegenwoordiger en het kind zelf toestemming
    Wat is juist?
    Stelling 1 en 2 zijn juist
    Stelling 1 is juist
    Stelling 1 en 2 zijn onjuist
    Stelling 2 is juist
  • 10
    Een kind van 15 jaar is zwanger en wil abortus plegen. Haar ouders willen niet dat ze dat doet. Wat gebeurt er?
    De abortus mag niet doorgaan
    De abortus mag wel doorgaan
    Beide partijen moeten het eens worden
  • 11
    Een kind van 15 jaar met een licht verstandelijke beperking is zwanger en wil abortus plegen. Haar ouders willen niet dat ze dat doet. Wat gebeurt er?
    De abortus mag wel doorgaan
    Beide partijen moeten het eens worden
    De abortus mag niet doorgaan
  • 12
    Wanneer is een man automatisch vader van een kind?
    Als er gedeeld partnerschap is tussen de man en de moeder van het kind
    Als hij getrouwd is met de moeder van het kind
    Als hij getrouwd is of als er gedeeld partnerschap is tussen de man en de moeder van het kind
  • 13
    Hoeveel voogden kan een kind hebben?
    Twee
    Geen
    Één
  • 14
    Als je geen wettelijk vertegenwoordiger bent, heb je …
    Curatorschap
    Geen ouderlijk gezag
    Wel ouderlijk gezag
  • 15
    Stelling 1: De niet- gezaghebbende ouder behoudt het recht op belangrijk medische informatie over zijn/haar kind.
    Stelling 2: Een stiefouder kan ouderlijk gezag verwerven.
    Wat is het goede antwoord?
    Stelling 1 en 2 zijn onjuist
    Stelling 1 en 2 zijn beide juist
    Stelling 2 is onjuist
    Stelling 1 is onjuist
  • 16
    Wanneer is er sprake van voogdij?
    Als de laatst levende ouder overleden is of als het ouderlijk gezag ontnomen is van de ouders
    Beide antwoorden zijn onjuist
    Beide antwoorden zijn juist
    De eerste stelling is juist
  • 17
    Een cliënt mag altijd om een andere mening van een hulpverlener vragen.
    Onjuist
    Juist
    Gedeeltelijk juist
  • 18
    Je partner is ernstig ziek en je wilt het dossier van hem inzien. Je gaat naar de huisarts, wat zal de huisarts zeggen?
    Ik mag u het dossier niet laten lezen
    Ik mag u het dossier laten lezen
    Ik mag u het dossier alleen met toestemming van uw man laten lezen
  • 19
    Je fysiotherapeut wil een aantal dingen bespreken met de huisarts. Mag dat?
    Ja
    Nee
    Alleen met toestemming van mij
  • 20
    Je hebt meldplicht bij kindermishandeling en huiselijk geweld. Waar of niet waar?
    Waar
    Niet waar
    -
  • 21
    Wat gebeurt er als een ouder onder curatele staat?
    Dan vervallen beiden
    Dan vervalt het ouderlijk gezag
    Dan vervalt de wettelijke vertegenwoordiging
  • 22
    Wanneer kan er sprake zijn van een meemoeder?
    Bij huwelijk of geregistreerd partnerschap van een lesbisch stel
    Bij huwelijk van lesbisch stel, als vader het kind niet heeft erkend
    Bij huwelijk of geregistreerd partnerschap van een lesbisch stel, als vader het kind niet heeft erkend.
  • 23
    Wat verstaan we onder actieve informatieplicht?
    Gezaghebbende ouder is verplicht om informatie door te geven aan de niet- gezaghebbende ouder.
    Niet- gezaghebbende ouder heeft recht op algemene informatie
    -
  • 24
    Hoelang duurt een kinderbeschermingsmaatregel?
    Tot maximaal 23 jaar
    Tot maximaal 21 jaar
    Tot maximaal 18 jaar
  • 25
    Stelling 1: Bij ontzetting is er sprake van ouders die onmachtig of ongeschikt zijn.
    Stelling 2: Bij ontheffing is er sprake van misbruik van het gezag of grove verwaarlozing.
    Wat is het goede antwoord?
    Stelling 2 is onjuist
    Stelling 1 is juist
    Stelling 1 en 2 zijn onjuist
    Stelling 1 en 2 zijn juist
  • 26
    Tamara en Bob zijn getrouwd en hebben twee kinderen. Ze gaan scheiden, want Tamara is zwanger van een ander. De kinderen blijven bij Tamara. Moet Bob betalen voor de kinderen?
    Ja, want hij is wettelijk vertegenwoordiger en moet betalen voor alle kinderen.
    Ja, want hij is wettelijk vertegenwoordiger en moet betalen voor zijn kinderen t/m 18 jaar.
    Nee, want hij heeft geen ouderlijk gezag meer.
    Ja, want hij heeft ouderlijk gezag/wettelijke vertegenwoordiging en moet betalen voor zijn kinderen tot 21 jaar.
  • 27
    ‘Hoe verwoord ik wat ik ervaar?’ is een … hulpvraag:
    Indicerende
    Onderkennende
    Verklarende
    Verhelderende
  • 28
    In de probleemanalyse van de Diagnostische Cyclus hoort de volgende hulpvraag:
    Verklarende
    Onderkennende
    Verhelderende
    Indicerende
  • 29
    De strategiefase van HGD is de … van DC:
    Probleemanalyse
    Verklaringsanalyse
    Klachtenanalyse
    Indicatieanalyse
  • 30

    Stelling 1: Bij HGD is de diagnose een doel op zich, een middel om verantwoord te kunnen adviseren
    Stelling 2: De diagnostiek is pas afgerond wanneer de cliënt het advies wenselijk en bruikbaar vindt
    Beide juist
    Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
    Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
    Beide onjuist
  • 31
    Welk model(len) speelt een cruciale rol bij HGD?
    Het transactionele model van Sameroff en Chandler
    Allebei
    Het ecologische model van Bronfenbrenner
    Geen van beiden
  • 32
    Wat houdt de ‘goodness of fit’ in?
    Beide zijn juist.
    De mate waarin de verwachtingen en de eigenschappen van de ouder afgestemd zijn op de capaciteiten, motivatie en gedragsstijl van het kind.
    Het doelbewust afstemmen van de onderwijsleersituatie op verschillen tussen leerlingen in dezelfde groep.
  • 33
    Wat wordt er verstaan onder adaptief onderwijs?
    Professionele inventiviteit
    Kennis van ontwikkelings- en leergebieden en methodieken.
    Een combinaties van kennis en vaardigheden
    Didactiek
  • 34
    Positieve factoren zijn:
    Factoren waarvan de diagnost denkt dat ze bijdragen tot een positieve ontwikkeling van het kind.
    Factoren waarvan empirisch is aangetoond dat ze het kind beschermen tegen negatieve risicofactoren.
    Factoren waarvan de omgeving van het kind vindt dat het een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het kind.
  • 35
    Alle fasen van HGD moeten doorlopen worden, wil er een goed advies als resultaat zijn:
    -
    Onjuist
    Juist
  • 36
    Klachten zijn niet…
    Objectief
    -
    Subjectief
  • 37
    Uit het integratief beeld komt het volgende naar voren:
    Wat er moet gebeuren om problemen te doen verdwijnen of verminderen
    Indicaties en contra- indicaties
    Een vertaling van de diagnose naar het advies
  • 38
    Er wordt aan het eind van de adviesfase altijd een handelingsplan opgesteld:
    -
    Juist
    Onjuist
  • 39
    Welke fasen zijn vereist bij HGD?
    Fase 1 en 4
    Fase 1 en 2
    Fase 1 en 3
  • 40
    HGD is een hypothesetoetsend model.
    Juist
    Onjuist
    -
  • 41
    Wie is de cliënt bij HGD?
    Diegene waarop het diagnostisch onderzoek betrekking heeft.
    De school, de ouder en het kind die betrokken zijn bij HGD.
    Diegene die daadwerkelijk contact opneemt met de diagnost met het verzoek aandacht te besteden aan de problematiek.
  • 42
    Wat houdt de ‘locus of control’ in?
    De mate waarin de diagnost denkt de belastende factor te kunnen beïnvloeden
    De mate waarin de omgeving denkt de belastende factor te kunnen beïnvloeden
    De mate waarin de cliënt denkt de belastende factor te kunnen beïnvloeden
  • 43
    De diagnostische vraagstelling is altijd open geformuleerd
    -
    Onjuist
    Juist
  • 44
    Wat houdt probleemgedrag in?
    Dat wat de school als ongunstig beschouwt
    Dat wat de ouder als ongunstig beschouwt
    Alle antwoorden zijn goed
    Dat wat de diagnost als ongunstig beschouwt
  • 45
    Wat zijn attributies:
    Mogelijke oplossingen die al geprobeerd zijn
    Mogelijke oplossingen die uitgevoerd kunnen worden
    Factoren waaraan iemand het gedrag of een gebeurtenis toeschrijft
  • 46
    Operationaliseren is het omzetten van een begrip in objectief observeerbare gedragingen:
    Juist
    -
    Onjuist
  • 47
    Bij onderzoek is het van belang om te letten op; de betrouwbaarheid, validiteit, objectiviteit en normering. Deze vier punten samen worden ook wel … genoemd
    Operationaliserende criteria
    Psychometrische criteria
    Praktische criteria
  • 48
    Wat zijn contra- evidenties?
    Hypothesen bij de strategiefase die niet worden aangenomen
    Hypothesen bij de onderzoeksfase die niet worden aangenomen
    Hypothesen bij de onderzoeksfase die beantwoord moeten worden.
  • 49
    Oppositioneel opstandige gedragsstoornissen zijn…
    Affectief
    Internaliserend
    Externaliserend
  • 50
    In de ‘normale’ ontwikkeling neemt … gedrag toe.
    Sociaal
    Prosociaal
    Asociaal
  • 51
    In de adolescentie neemt de … af en de … toe.
    Koppigheid – Opstandigheid
    Opstandigheid – Koppigheid
    Er veranderd niets
  • 52
    Prosociaalgedrag houdt in dat;
    Het kind iets opoffert van zichzelf voor de ander.
    Het kind iets opoffert van zichzelf voor zichzelf.
    Het kind iets opoffert van de ander voor zichzelf.
  • 53
    Wat is de volgorde van de stadia van moraliteitsontwikkeling?
    Zelfbelang – Abstracte idealen – Sociale waardering
    Zelfbelang – Sociale waardering – Abstracte idealen
    Sociale waardering – Abstracte idealen – Zelfbelang
  • 54
    Er wordt gesproken van oppositioneel opstandige gedragsstoornis, als;
    Het gedrag minimaal 12 maanden aanhoudt en er 5 kenmerken zijn
    Het gedrag minimaal 6 maanden aanhoudt en er 4 kenmerken zijn
    Het gedrag minimaal 3 maanden aanhoudt en er 3 kenmerken zijn
  • 55
    Een kenmerk dat niet bij de oppositioneel opstandige gedragsstoornis hoort, is;
    Agressie gericht op dieren
    Hatelijke en wraakzuchtig
    Ruzie met volwassenen
    Luistert niet naar regels
  • 56
    Er wordt gesproken van een antisociale gedragsstoornis, als;
    Het gedrag minimaal 3 maanden aanhoudt
    Het gedrag minimaal 6 maanden aanhoudt
    Het gedrag minimaal 12 maanden aanhoudt
  • 57
    Wat is ernstiger:
    ADHD
    ODD
    CD
  • 58
    Wat komt veel voor bij oppositioneel opstandige stoornissen;
    ADHD
    Dyslexie
    Slaapproblemen
  • 59
    Hoe ziet de beste preventie van CD en ODD eruit?
    Men moet zich richten op meerdere risicofactoren
    Men moet zich richten op meerdere factoren
    Men moet zich richten op meerdere beschermingsfactoren
  • 60
    Angststoornissen zijn;
    Internaliserend
    Affectief
    Externaliserend

commentaren (0)

autorenew