Biochemie college 2

FemaleMale
63 Vragen - Ontwikkeld door:
- Ontwikkeld op: - 643 keer opgeroepen

  • 1
    De tertiaire structuur van een eiwit wordt bepaald door de interactie tussen de
    ... van de aminozuren.
  • 2
    Zwavelbruggen zijn belangrijk voor de .... structuur van eiwitten.
  • 3
    Zwavelbruggen worden gevormd tussen restgroepen van het aminozuur:
  • 4
    Een zwavelbrug is een .... binding.
  • 5
    Een waterstofbrug wordt gevormd tussen:
  • 6
    De aminozuurvolgorde bepaalt de .... structuur van eiwitten.
  • 7
    Een hydrofobe binding wordt gevormd tussen:
  • 8
    Een ionbinding of zoutbrug wordt gevormd tussen:
  • 9
    Voor de quaternaire structuur zijn meerdere peptide-ketens nodig
  • 10
    Welke bindingen dragen bij aan de quaternaire structuur van een eiwit?
  • 11
    Wat zijn samengestelde of geconjugeerde eiwitten?
  • 12
    De prosthetische groep is het .... van samengestelde eiwitten.
  • 13
    Lipoproteinen:
  • 14
    Mucinen bepalen voor een groot deel het slijmerige karakter van speeksel.
    Mucinen zijn:
  • 15
    Mucinen hebben een .... gehalte aan koolhydraten.
  • 16
    Veel enzymen zijn:
  • 17
    Het eiwitgehalte bij parodontitis patienten is ... dan bij gezonde personen.
  • 18
    Een groot deel van de speekseleiwitten zijn:
  • 19
    Welk enzym in speeksel draagt bij aan de spijsvertering?
  • 20
    Lysozym is een enzym dat:
  • 21
    Het belangrijkste eiwit van tandbeen is:
  • 22
    ..... van alle eiwitten in tandbeen, bot en cement bestaat uit collageen.
  • 23
    Collageen vormt de organische matrix voor de mineralisatie van bot, tandbeen
    en cement.
  • 24
    Welk enzym wordt door mondbacterien gemaakt die betrokken zijn bij
    parodontitis?
  • 25
    Collageen heeft een karakteristieke samenstelling met een hoog percentage
    aan ... en ....
  • 26
    Hydroxyproline en hydroxylysine zijn specifiek voor collageen. Voor de
    hydroxylering van deze aminozuren is het co-enzym ... nodig.
  • 27
    Welk materiaal bevat het minst organisch materiaal?
  • 28
    Het belangrijkste eiwit van tandglazuur is:
  • 29
    De activeringsenergie is de energie die nodig is om een reactie op gang te
    brengen.
  • 30
    De temperatuur in ons lichaam is hoog genoeg om reacties spontaan te laten
    verlopen.
  • 31
    Spontane reacties kunnen worden gereguleerd.
  • 32
    Katalysatoren versnellen chemische reacties:
  • 33
    De meeste enzymen zijn:
  • 34
    Hoe wordt het eiwit-gedeelte van een enzym genoemd?
  • 35
    Co-enzymen zijn ... moleculen.
  • 36
    Het chloride-ion is een .... van het enzym amylase.
  • 37
    Katalysatoren ... de activeringsenergie van een reactie.
  • 38
    Hoe wordt de prosthetische groep van een enzym genoemd wanneer dit een
    vitamine is?
  • 39
    Zetmeel wordt door amylase omgezet in maltose. Het substraat in deze reactie
    is:
  • 40
    Zetmeel wordt door amylase omgezet in maltose. Het enzym in deze reactie is:
  • 41
    Zetmeel wordt door amylase omgezet in maltose. Het product in deze reactie
    is:
  • 42
    Welke uitspraak heeft betrekking op het begrip werkingsspecificiteit?
  • 43
    Wanneer er bij een chemische reactie meer energie wordt afgestaan dan
    opgenomen is er sprake van een:
  • 44
    Wanneer er bij een reactie in het lichaam energie moet worden toegevoerd,
    wordt dit meestal gedaan door:
  • 45
    Welke uitspraak heeft betrekking op het begrip substraatspecificiteit?
  • 46
    Welke factoren beinvloeden enzymactiviteit?
  • 47
    Temperatuurverhoging leidt tot een .... reactiesnelheid.
  • 48
    Bij hogere temperatuur verliezen eiwitten hun secundaire structuur.
  • 49
    De meeste enzymen hebben hun pH optimum in het neutrale of:
  • 50
    Wanneer een molecuul met het substraat concurreert om binding aan de
    actieve plaats van het enzym is er sprake van:
  • 51
    Niet-competitieve (allosterische) remming is meestal:
  • 52
    Wanneer het effect van een remmer teniet kan worden gedaan door een
    overmaat substraat toe te voegen is er sprake van:
  • 53
    Een enzym dat een waterstof afsplitst heet:
  • 54
    Een enzym dat een groep overdraagt heet:
  • 55
    Een enzym dat suiker afsplitst van een polysacharide heet:
  • 56
    Ondanks het toevoegen van een enzym vindt een reactie niet plaats. Daar
    probeer je wat aan te doen. Welke oplossing heeft sowieso geen zin?
  • 57
    De onaangename geur die ontstaat bij de afbraak van eiwitten ontstaat door
    de afbraak van:
  • 58
    Afbraak van weefsel (o.a. kaakbot) bij parodontitis wordt veroorzaakt door:
  • 59
    Penicilline:
  • 60
    Aspirine (acetylsalicylzuur):
  • 61
    Viagra:
  • 62
    Voor iedere biochemische reactie bestaat een uniek enzym.
  • 63
    In de darmen kunnen enzymen van bacteriele oorsprong aanwezig zijn.

commentaren (0)

autorenew