Proefexamen politicologie 3

FemaleMale
50 Vragen - Ontwikkeld door:
- Ontwikkeld op: - 383 keer opgeroepen

  • 1
    De centrale grondvraag van de politieke filosofie is:
  • 2
    Wat heeft de 'freezing hypothesis' van Rokkan en Lipset te maken met de ontwikkeling van zogenaamde "volkspartijen"?
  • 3
    Van wie komt volgende uitspraak?
    "Het is duidelijk dat de stadstaat van nature tot stand komt, dat mensen van nature sociale wezens zijn en dat een persoon die niet behoort tot een stadstaat ofwel onder ofwel boven de mensen staat".
  • 4
    Wat is geen element uit de definitie van een 'ideologie'?
  • 5
    Het doel van de politieke wetenschap is
  • 6
    Welke kritiek werd er niet op het werk van Almond & Verba gegeven?
  • 7
    Wat wordt er verstaan onder 'politieke cultuur'?
  • 8
    Welke theorie stelt Inglehart in vraag via zijn concept van een 'stille revolutie'?
  • 9
    Territoriale vertegenwoordiging wil zeggen dat
  • 10
    De representatie via het partijmodel werkt beter in een tweepartijenstelsel dan in een meerpartijenstelsel
  • 11
    Welke van de volgende uitspraken over de nieuwe breuklijn klopt?
  • 12
    Participatie is een goede zaak voor de democratie
  • 13
    De invoering van het algemeen stemrecht is een belangrijk moment voor een staat
  • 14
    Welke uitspraak over verzuiling is fout.
  • 15
    In het verleden werd het participeren van belangengroepen aan de politiek niet altijd positief beoordeeld. In welke zin houden deze kritieken verband met de politieke kringloop van Easton?
  • 16
    Wie hoort niet thuis in de rij?
  • 17
    Waarom heeft een vertegenwoordiger in een systeem gebaseerd op een strikt mandaat weinig macht?
  • 18
    Wat wordt er verstaan onder 'de dualisering van de politieke participatie'?
  • 19
    Het idealisme gaat ervan uit dat oorlog legitiem is als
  • 20
    Dat de Europese Commissie werkt volgens het beginsel van de subsidiariteit betekent dat
  • 21
    De overheid heeft het monopolie op legitiem geweld. Geweld is slechts legitiem…
  • 22
    De vier functies van het parlement zijn…
  • 23
    Welke van de drie machtsvarianten van Weber is het meest in overeenstemming met de idee van een democratie?
  • 24
    Welke stelling is correct?
  • 25
    Als de opkomstplicht bij verkiezingen zou worden afgeschaft in ons land dan…
  • 26
    De instellingen van de EU worden gekenmerkt door zowel een logica van supranationaliteit als van intergouvernementaliteit omdat
  • 27
    Het is niet typisch voor een meerderheidsdemocratie dat…
  • 28
    Welke uitspaak is niet correct?
  • 29
    Welke stelling is correct?
  • 30
    De evolutie van massapartijen naar volkspartijen kunnen we verklaren door
  • 31
    Het realisme
  • 32
    De essentie van een meerderheidskiesstelsel is dat
  • 33
    Wat kunnen we meten met de fractionaliseringsschaal?
  • 34
    Welke stelling is correct?
  • 35
    De democratische vrede gaat ervan uit dat
  • 36
    Welke uitspraak is correct?
  • 37
    Welke stelling is correct?
  • 38
    De joint decision trap staat voor het feit dat
  • 39
    Welke uitspraak is fout?
  • 40
    Een van de nadelen van een centrale staat is het feit dat…
  • 41
    Globalisering heeft gevolgen voor de democratie omdat…
  • 42
    Wat is geen functie van verkiezingen?
  • 43
    Welke stelling m.b.t. coalitieregeringen is correct?
  • 44
    Wanneer spreekt men in de politieke wetenschappen van monisme?
  • 45
    “Incrementalisme” betekent dat…
  • 46
    Dat er veel “veto-players” zijn, heeft tot gevolg dat…
  • 47
    Dat in sommige federale staten bevoegdheden “exclusief” zijn, wil zeggen dat…
  • 48
    Het feit dat de Europese verkiezing “second order elections” zijn betekent dat
  • 49
    Wat is het verband tussen “gerrymandering”, parlementaire quota’s en een systeem van gemeenschaps- en gewestsenatoren?
  • 50
    De beleidscyclus is in de realiteit geen mooie opeenvolging van de verschillende theoretische fasen. Dat komt doordat…

commentaren (0)

autorenew