Microbiologie

FemaleMale
62 Vragen - Ontwikkeld door:
- Ontwikkeld op: - 754 keer opgeroepen

Jaar 1 college 1

  • 1
    Prokaryoten hebben ... celkern
  • 2
    Eukaryoten hebben ... celkern.
  • 3
    Bacterien zijn:
  • 4
    Schimmels zijn:
  • 5
    Protozoa zijn:
  • 6
    De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand. Coccen zijn:
  • 7
    De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand. Bacillen zijn:
  • 8
    De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand. Spirocheten zijn:
  • 9
    De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand. Pleomorfe
    bacterien zijn:
  • 10
    Afhankelijk van de delingsrichting vindt groepering van bacteriën plaats. De
    term 'diplo-' wordt gebruikt voor bacterien die groeien in:
  • 11
    Afhankelijk van de delingsrichting vindt groepering van bacteriën plaats. De
    term 'stafylo-' wordt gebruikt voor bacterien die groeien in:
  • 12
    Afhankelijk van de delingsrichting vindt groepering van bacteriën plaats. De
    term 'strepto-'wordt gebruikt voor bacterien die groeien in:
  • 13
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op de capsule?
  • 14
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op de glycocalyx laag?
  • 15
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op de flagel?
  • 16
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op het fibrium?
  • 17
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op het pilus?
  • 18
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op het celmembraan?
  • 19
    Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie
    heeft betrekking op het cytoplasma?
  • 20
    Protoplast betekent:
  • 21
    Gram-positieve bacterien hebben een ... peptidoglycaanlaag
  • 22
    Gram-positieve bacterien kleuren bij de gram-kleuring:
  • 23
    Gram-negatieve bacterien hebben een ... peptidoglycaanlaag.
  • 24
    Gram-negatieve bacterien kleuren bij de gram-kleuring:
  • 25
    Welke bacterien hebben een buitenmembraan?
  • 26
    Welke bacterien bevatten endotoxinen?
  • 27
    Welke bacteriën hebben volgens de definitie geen periplasmatische ruimte?
  • 28
    Wat is de juiste hierarchie (van hoog naar laag)?
  • 29
    Welke vier type voedingsstoffen hebben bacteriën nodig voor hun groei?
  • 30
    Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
  • 31
    Bacterien die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energie
    productie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op
    fermentatie voor energie productie zijn:
  • 32
    Heterotrofe bacteriën zijn parasitaire bacteriën die koolstof halen uit:
  • 33
    Bacterien die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energie
    productie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op
    fermentatie voor energie productie zijn:
  • 34
    Bacterien die NIET groeien in aanwezigheid van zuurstof zijn:
  • 35
    Bacterien die groeien onder lage zuurstof concentratie zijn:
  • 36
    Bacterien die groeien onder verhoogde koolstofdioxide concentratie zijn:
  • 37
    Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
  • 38
    Bacterien die zuurstof nodig hebben om te groeien zijn:
  • 39
    Wat is de juiste volgorde van reproductie (in een kweeksituatie)!
  • 40
    Wat gebeurt er tijdens de lag-fase?
  • 41
    Wat gebeurt er tijdens de logaritmische fase?
  • 42
    De groei van bacteriën wordt met name gereguleerd door:
  • 43
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 25 en 40 graden Celsius?
  • 44
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien onder 20 graden Celsius?
  • 45
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 55 en 90 graden Celsius?
  • 46
    Hoe ziet het bacteriële genoom er uit?
  • 47
    Bacteriën zijn:
  • 48
    Welke uitspraak is van toepassing op genotypische variatie?
  • 49
    Welke variatie is reversibel?
  • 50
    Welke variatie is een gevolg van een verandering in het milieu?
  • 51
    Welke variatie is irreversibel?
  • 52
    Wanneer leidt een insertie of deletie tot een frame shift mutatie (meerdere
    antwoorden mogelijk)? Bij insertie of deletie van ... nucleotiden.
  • 53
    Wanneer een base wordt vervangen door een ander (coderend) aminozuur
    wordt dit een .... mutatie genoemd.
  • 54
    Wanneer een base wordt vervangen door een stopcodon wordt dit een ....
    mutatie genoemd.
  • 55
    Transductie is:
  • 56
    De F-plasmide speelt een rol bij:
  • 57
    Conjugatie is:
  • 58
    Transformatie is:
  • 59
    Welke plasmiden zijn relatief klein?
  • 60
    Overdraagbare plasmiden worden overgedragen door:
  • 61
    Van welke plasmiden komen er maar 1- 3 kopieën per cel voor?
  • 62
    Humorale immuniteit is het deel van de immuunrespons die wordt uitgevoerd
    door:

commentaren (0)

autorenew