De IQ test

Wat is intelligentie?

Het is niet eenvoudig om te bepalen wat intelligentie precies betekent.
Laten we eens kijken naar enkele definities uit de literatuur:
Bijvoorbeeld, W. Stern schrijft:
Intelligentie is "het algemene mentale aanpassingsvermogen aan nieuwe taken en levensomstandigheden".
Na D. Wechsler is intelligentie "het globale vermogen van een individu om doelgericht te handelen, rationeel te denken en succesvol met zijn omgeving te kunnen omgaan".
In het Webster's Woordenboek vinden we als definitie "Intelligentie is het vermogen om betekenis, informatie en nieuws waar te nemen en te begrijpen."

Samenvattend kan men misschien stellen dat intelligentie over het algemeen wordt opgevat als het vermogen om zich aan te passen aan nieuwe situaties en om de zogenaamde "ik-functies", zoals perceptie, geheugen, denken, te gebruiken.

Men kan echter niet spreken van intelligentie op zich, maar er zijn veel verschillende vormen van intelligentie. Deze kunnen worden bepaald door factoranalyse van de resultaten van intelligentietesten, waarbij verschillende wetenschappelijke adviezen hebben geleid tot verschillende modellen.
Typische factoren die in intelligentietesten worden bepaald zijn woordbegrip, numeriek begrip, ruimtelijke oriëntatie, logisch denken, taalvaardigheid, geheugen en snelheid van de waarneming.
Intelligentietesten dienen om intelligentie te meten. Ze gebruiken een compilatie van individuele testreeksen om een volledig beeld te krijgen van de verschillende vormen van intelligentie door de bereikte individuele prestaties te combineren.
De gebruikte maatstaf is het intelligentiequotiënt, ook wel IQ genoemd, dat in een Gaussische normale verdeling (belcurve van de dichtheidsfunctie) de positie zelf aangeeft die de testpersoon aanneemt binnen de gehele populatie van zijn of haar leeftijd.

Gauss
De waarde die het meest voorkomt in de bevolking is vastgesteld op 100.

Deze waarde is puur willekeurig gekozen, men had net zo goed 50 of 311 kunnen nemen.

Nadat de waarde 100 was vastgesteld, moest men de verdere schaalverdeling vaststellen.

Op basis van vele IQ-tests kan worden aangenomen, dat de IQ-waarde in de populatie ruwweg is verdeeld - zoals hierboven beschreven - door de Gaussische belcurve.

Men kan zien dat de IQ-waarde 100 volwassenen in twee helften verdeelt, namelijk degenen die een IQ-waarde van minder dan 100 hebben en degenen die een IQ-waarde van meer dan 100 hebben.

Zoals verder uit de curve blijkt, heeft 68,2% van de volwassenen een IQ-waarde tussen 85 en 115. Slechts 0,2% van de volwassenen heeft een zeer lage intelligentie met een IQ van minder dan 55 en slechts 0,2% heeft een extreem hoog IQ van meer dan 145.

Je kent zeker een aantal van deze mensen:
Bill Gate heeft een IQ van 160,
Sharon Stone heeft een IQ van 150,
Hillary Clinton en Madonna hebben elk een IQ van 140.

Echter, aangezien de resultaten van de tests altijd slechts de werkelijkheid benaderen, ziet men personen, die een IQ tussen 90 en 110 hebben, als normale, gemiddeld intelligente mensen aan. Recent onderzoek toont aan dat een aanzienlijk deel van de intelligentie (ongeveer de helft tot tweederde) door omgevingsfactoren beinvloed wordt. Hieruit kan worden geconcludeerd dat intelligentie door middel van training verbeterd kan worden.

Intelligentie is je mentale conditie. Je kunt het in zeer korte tijd trainen en zelfs tot op zekere hoogte verhogen. Maar waarom is de IQ belangrijk? Als je weet hoe intelligent je bent, is het makkelijker voor jou en anderen om je mogelijkheden te bepalen. Je kunt ook meer zelfvertrouwen krijgen, want intelligente mensen zijn aantoonbaar aantrekkelijker voor anderen. En dat is waar we allemaal naar verlangen. Om erkend te worden voor onze prestaties!

Deze test moet jij doen:
- als je wilt trainen en je mentale conditie wilt verbeteren,
- als je jezelf beter wilt leren kennen en beoordelen,
- en als je op zoek bent naar een tijdverdrijf dat je iets terug geeft op de lange termijn.

Met deze test sta je op het punt te leren wat voor type vragen je kunt verwachten van een IQ test. Neem er gerust de tijd voor. Het is veel belangrijker de vragen te begrijpen dan om ze snel te beantwoorden. Veel plezier ermee!

Laten we beginnen met de IQ test

Voor de volgende vragen moet je alfanumerieke patronen die volgens bepaalde regels zijn opgebouwd zien te analyseren.

Vraag 1: Geef het ontbrekende getal aan: 3 , 5, 8, 13, 21,

Vraag 2: Geef het ontbrekende getal aan: 4, 5, 8, 17, 44,

Vraag 3: Geef het ontbrekende getal aan: 3, 4, 8, 17, 33,

Vraag 4: Geef het ontbrekende getal aan: 11, 9, 7, 5, 3,

Vraag 5: Geef het ontbrekende getal aan: 3, 6, 18, 72, 360,

Vraag 6: Geef het ontbrekende getal aan: 30, 29, 27, 26, 24, 23, 21, 20,

Vraag 7: Geef het ontbrekende letter aan: A, D, G, J,

Vraag 8: Geef de ontbrekende letter aan: D, G, K, N, R,

Vraag 9: Geef de ontbrekende letter aan: B, C, E, H, L,

Woordenspel

Vraag 10: Geef aan welke letter ontbreekt om twee woorden te vormen: SCHER AST

Vraag 11: Geef aan welke letter ontbreekt om twee woorden te vormen: TRO LAD

Vraag 12: Geef aan welke letter ontbreekt om twee woorden te vormen: DOE LEM

Vraag 13: Geef aan welk woord niet bij de anderen hoort (betekenis) (wat hoort in het volgende rijtje niet thuis):

Londen    Parijs    Dublin    Den Haag    Wenen

Vraag 14: Geef aan welk woord niet bij de anderen hoort (betekenis) (wat hoort in het volgende rijtje niet thuis):

Walvis    Haai    Haring    Karper    Snoek

Vraag 15: Geef aan welk woord niet bij de anderen hoort (betekenis) (wat hoort in het volgende rijtje niet thuis):

Edgar Allan Poe    Henry Adams    Jack London    Ernest Hemingway    Daniel Defoe

Series van figuren

Vraag 16: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 16

    a       b       c       d      

Vraag 17: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 17

        a       b       c       d       e      

Vraag 18: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 18

        a       b       c       d       e      

Vraag 19: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 19

a       b       c       d       e      

Vraag 20: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 20

        a       b       c       d       e      

Vraag 21: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 21

        a       b       c       d       e      

Vraag 22: Geef aan wat de volgende in de serie is:

vraag 22

        a       b       c       d       e      

Vraag 23: Wat hoort in het volgende rijtje niet thuis:

vraag 23

        a       b       c       d       e      

Vraag 24: Wat hoort in het volgende rijtje niet thuis:

vraag 24

        a       b       c       d       e      

Zoek dezelfde kubussen. Alle kanten van een kubus zien er verschillend uit. Geef de oplossing aan met tenminste twee overeenkomende kanten.

vraag 24

vraag 25
vraag 26
vraag 27
vraag 28
Vraag 25: Vraag 26: Vraag 27: Vraag 28:
a       a       a       a      
b       b       c       b      
d       c       d       c      
e       d       e       d      

Logische Vraag: Wat is de juiste conclusie?

 
Vraag 29: 30 jaar geleden deed een arbeider er vijf uur over een stoel te maken. Vandaag de dag kost het hem slechts 30 minuten.
a) De mens is bedrijviger geworden.
b) Mensen werken sneller om te voorkomen dat ze hun baan verliezen.
c) Stoelen gaan minder lang mee.
d) Arbeiders hebben meer vrije tijd.
e) De productiviteit is toegenomen.
 
Vraag 30: Met alcohol op achter het stuur gaan veroorzaakt veel ongelukken.
a) Mensen drinken te veel alcohol.
b) Mensen zouden niet moeten autorijden als ze over de limiet zijn.
c) De kans een ongeluk te veroorzaken onder invloed is 20 procent.
d) Alcohol vermindert de rijvaardigheid.
e) De politie zou meer blaastesten moeten uitvoeren.
 
Vraag 31: Tijdens de kerstperiode verkopen speelgoedwinkels meer.
a) In de winter spelen kinderen graag thuis.
b) De helft van alle kerstcadeaus bestaat uit speelgoed.
c) Tijdens de kerstperiode kopen mensen meer speelgoed.
d) In de winter wordt meer speelgoed geproduceerd.
e) Speelgoed voor volwassenen wordt steeds populairder.
 
Vraag 32: Vandaag is het woensdag. Wat voor dag is het vier dagen na gisteren?
a) Zondag   b) Maandag   c) Vrijdag   d) Donderdag   e) Zaterdag
 
Vraag 33: De dag voor de dag voor gisteren is drie dagen na zaterdag. Wat voor dag is het vandaag?
a) Zondag   b) Maandag   c) Vrijdag   d) Donderdag   e) Zaterdag
 
Vraag 34: Welke lamp is het helderst?
Lamp A is minder helder dan Lamp B
Lamp B is helderder dan Lamp C
Lamp C is net zo helder als Lamp D
Lamp B is helderder dan Lamp D
Lamp D is helderder dan Lamp A
Lamp A   Lamp B   Lamp C   Lamp D   geen oplossing
 
Vraag 35: Wie is het kleinst?
Oliver en Otto zijn gelijk groot
Bert is kleiner dan Ben
Ben is groter dan Otto
Oliver is kleiner dan Bert
a) Oliver       b) Otto       c) Bert       d) Ben       e) Geen van allen
 
Vraag 36: Een handelaar koopt thee voor €1200 and verkoopt het voor €1500. Per zak met thee maakt hij een winst van €50. Hoeveel zakken met thee had hij?
 
Vraag 37: 87 kg aardappels zijn verpakt in twee dozen. Een doos weegt 11 kg minder dan de andere. Hoeveel kilogram aardappels zit er in de minst zware doos?
 
Vraag 38: Wat is het resultaat als je alle getallen van 0 tot en met 25 met elkaar vermenigvuldigt?

Deze IQ test op je homepage?

En zo ziet het er uit!

Powered by Alle-Tests.nl

deutscher IQ Test

IQ Test in English deutscher IQ Test