Ga naar de commentaren

Soul Cats 2: Vuur bij zonsopkomst

FemaleMale
10 Hoofdstuk - 0 woorden - Ontwikkeld door:
- Ontwikkeld op: - 25 keer opgeroepen- Aan het verhaal wordt nog geschreven

Wanneer Heldervlam met de vijf andere uitverkoren katten Kruidenblad, Blauwhemel, Veerwolk, Flitsvlam en Kroonvlam naar het Duisterrijk vertrekken voor de Levensboom waar het steeds slechter mee gaat, komen ze een stam van wilde katten tegen. En Heldervlam komt achter een geheim dat beter verborgen had kunnen blijven

    1
    Het Hemelrijk ((bold))Leider:((ebold)) Heldermaan ((bold))Wolklopers (katten die in opleiding zijn om Zielwaker te worden):((ebold)) Vuurwolk Regenwol
    Het Hemelrijk

    Leider:
    Heldermaan
    Wolklopers (katten die in opleiding zijn om Zielwaker te worden):
    Vuurwolk
    Regenwolk
    Geelwolk
    Sneeuwwolk
    Veerwolk
    Flitswolk
    Zielwakers:
    Roodvacht
    Wolkloper: Geelwolk
    Blauwhemel
    Haviksklauw
    Wolkloper: Vuurwolk
    Arendvleugel
    Wolkloper: Regenwolk
    Heldervlam
    Wolkloper: Veerwolk
    Sterrenstroom
    Kruidenblad
    Zonneval
    Flitsvlam
    Kroonvlam
    Wolkloper: Vuurwolk
    Goudvlam
    Witstorm
    Wolkloper: Sneeuwwolk
    Moederkatten (poezen die jongen hebben of jongen verzorgen, ze slapen in de kraamkamer):
    Melkvacht (partner van Kroonvlam, de moeder van Regenwolk, Sneeuwwolk en Veerwolk)
    Oudsten (katten waarvan de zielen van ze zijn gestorven, voormalige Zielwakers):
    Schemerwater
    Schaduwzon
    Zonnevlam

    Het Duisterrijk

    Leider:
    Bloedstroom
    Mistlopers (katten die in opleiding zijn om Bloedklauwen te worden):
    Zwartmist
    Oranjemist
    Roodmist
    Tandmist
    Hartmist
    Bloedklauwen:
    Moordklauw
    Mistloper: Hartmist
    Bloedtand
    Mistloper: Roodmist
    Roodrivier
    Mistloper: Oranjemist
    Dondersteen
    Zwartziel
    Mistloper: Tandmist
    Kadaverblad
    Mistloper: Zwartmist
    Grauwkop
    Moederkatten (poezen die jongen blijven of jongen verzorgen):
    Klauwbloem

    De Stam van het Eeuwige Licht


    Leider:
    Helder licht in duisternis
    Leerlingen:
    Licht bij Zonsopkomst
    Klauw van Havik
    Krijgers:
    Wolk in Heldere Lucht
    Vuur bij Dageraad
    Zon die op Gras Schijnt
    Goud dat tussen Rotsen Glinstert
    Dons van Neerduikende Duif
    Lucht bij Zonsopkomst
    Flits van de Donder
    Druppel in Heldere Stroom
    Storm die door Bergen Raast
    Moederkatten:
    Rots die van Berg Rolt
    Blad van Eeuwige Boom
    Oudsten:
    Vis die door W
    ater Glijd
    Dauw bij Ochtendlucht

    2
    ((big))Hoofdstuk 1((ebig)) Nee, ik moet weer naar het Duisterrijk. Hij probeerde even positief te denken. Misschien vind ik dan wel Groenblad. Daarna
    Hoofdstuk 1

    Nee, ik moet weer naar het Duisterrijk. Hij probeerde even positief te denken. Misschien vind ik dan wel Groenblad. Daarna kon Heldervlam niet helder nadenken. En toen werd alles zwart en viel hij flauw. Toen hij zijn ogen weer opende, keek hij recht in de bezorgde ogen van de kleine Veerlicht die duidelijk schrok en toen ze zag dat hij zijn ogen opende, riep: ‘Hij is wakker!’. ‘Ga toch van hem af! Geef hem even de tijd om te herstellen!’ hoorde hij Melkvacht snauwen. Hij knipperde even en zag toen dat hij in het Wolklopershol was. Veerlicht stuiterde op en neer en zei: ‘Heb je het nieuws al gehoord? Ik ben eindelijk een Wolkloper en jij bent mijn mentor!’. ‘Wat? Maar ik moet een grote reis maken door het Duisterrijk en dat betekent dat jij naar het Duisterrijk mee moet!’. Hij zag duidelijk dat Veerwolk schrok maar zich snel herstelde. ‘Misschien kan je voor de reis nog even met mij trainen. Ik kan me dan zo voorbereiden op de grote reis’, zei ze onzeker. ‘Ik heb al geoefend in de kraamkamer met een kattenpop van Bloedstroom’. ‘Het spijt me, maar je kan echt niet mee. Het is heel gevaarlijk en er is kans dat je deze reis niet overleeft. Het spijt me’, zei Heldervlam en ging naar Heldermaan. Toen hij in het leidershol kwam, zag hij Heldermaan zitten alsof hij hem al verwachtte. ‘Ik weet wat je denkt. Je wil mij vragen waarom ik Veerwolk jouw Wolkloper gemaakt heb. Tijdens je Wolklopersbeoordeling zag ik dat je heel zelfverzekerd bent en vaak weet wat je kan verwachten. Van Zielwakers wordt verwacht dat ze zelfs in lastige gevallen zich erdoorheen kunnen worstelen en dat ze niet bang zijn voor een uitdaging. Ga naar Veerwolk en zeg dat ze mee mag met de reis naar het Duisterrijk. Jullie vertrekken wanneer ik het hele kamp bijeen roep, jullie hebben geen tijd te verliezen’. Toen Heldervlam bij het Wolklopershol aankwam zag hij Veerwolk verdrietig huilen en ze durfde Heldervlam niet onder ogen te komen. ‘Ik ben net naar Heldermaan geweest en die zei dat je mee moest naar het Duisterrijk.’ probeerde Heldervlam voorzichtig. Toen Veerwolk haar kop draaide, zag hij wat hoop in haar ogen, voor hij het wist, werd hij omhelsd door haar. ‘Laat alle katten bij mij onder de Hemelrots verzamelen! Wij hebben gemerkt dat het steeds slechter gaat met de Levensboom en wij willen graag dat het ophoudt. Het blijkt dat de Levensboom liters sap is verloren door een kat die we allemaal hebben vertrouwd.’ – er steeg gemompel op in de menigte – ‘daarom gaan 7 dappere katten naar het Duisterrijk om het Hemelrijk te redden! Kroonvlam, Kruidenblad, Veerwolk, Heldervlam, Flitsvlam, Vuurwolk, treed naar voren!’ riep Heldermaan.

    3
    ((big))Hoofdstuk 2((ebig)) Loek vond het heel raar. Het was zo leeg in haar hoofd zonder Heldervlam. Hij was ineens weg. Waar is hij toch? Ze merkte p
    Hoofdstuk 2

    Loek vond het heel raar. Het was zo leeg in haar hoofd zonder Heldervlam. Hij was ineens weg. Waar is hij toch? Ze merkte pas laat dat het als schermtijd is door al die zorgen om Heldervlam. Hij is vast in het Hemelrijk met zijn zus Sterrenstroom. Ze bedenkt zich dat Heldervlam het altijd zegt als hij naar het Hemelrijk gaat, dat heeft hij altijd al gedaan en zal hij altijd blijven doen dat weet ze zeker. Misschien ziet ze hem als ze gaat slapen. Toen Loek sliep zag ze een kat die ze nog niet kende. Hij stelde zichzelf voor: ‘Ik ben Heldermaan, leider in het Hemelrijk. Jij bent de ziel van Heldervlam en ik ben hier om je te melden dat Heldervlam op missie is om de Levensboom te redden. Schrik niet, hij is veilig.’ En toen verdween hij…

    4
    ((big))Hoofdstuk 3((ebig)) Hier ben ik dan. Heldervlam is net het Duisterrijk binnen gelopen. ‘Pas op, Bloedstroom houdt grenspatrouilles. Dus wees
    Hoofdstuk 3

    Hier ben ik dan. Heldervlam is net het Duisterrijk binnen gelopen. ‘Pas op, Bloedstroom houdt grenspatrouilles. Dus wees stil en maak gebruik van de pieken en rotsen’, fluisterde Kruidenblad. Ze dook weg achter een rots en keek of er een patrouille aankwam. Ze wenkte de rest en ging achter de volgende rots zitten. Kroonvlam ging eerst, daarna Flitsvlam, daarna Blauwhemel en uiteindelijk kwam Heldervlam met Veerwolk. Wanneer Kruidenblad achter de volgende rots zat schrok ze. ‘Er komt een patrouille aan, duiken!’. Maar het was al te laat. Ze hebben ons gezien.

    5
    ((big))Hoofdstuk 4((ebig)) ‘Ken je deze katten? Ik herken ze niet. En ik herken Bloedklauwen altijd.’ ‘Niet zo opscheppen, Storm. Ik wil ze wel
    Hoofdstuk 4

    ‘Ken je deze katten? Ik herken ze niet. En ik herken Bloedklauwen altijd.’ ‘Niet zo opscheppen, Storm. Ik wil ze wel eens van dichtbij bekijken.’ Er klonken allemaal stemmen. Wanneer gaan ze ons aanvallen? ‘Kom maar mee naar de Stam. We zullen je onderdak bieden en jullie goed behandelen.’, zei een mooie poes die vooraan liep. Dat klinkt niet als een Bloedklauw. Of zijn Bloedklauwen ook gewoon katten? Heldervlams poten gingen mee zonder dat hij er controle over had. De anderen protesteerden toen ze vriendelijke, opdringerige duwtjes kregen van de andere katten. ‘Ik ben Druppel in Heldere Stroom. Dat is mijn broer Storm die door Bergen raast. Die opdringerige is Sneeuw die op Rots valt en dat is mijn vader Zon die op Gras schijnt. Wie ben jij?’. Heldervlams mond was droog en hij kon geen woord uitbrengen. ‘Ik… Vlam… Vuur… Helder?’. ‘Je bedoelt Vlam in Helder Vuur?’. Heldervlam knikte. ‘Hey, Druppel! Deze kat wil niet meewerken, kan je even helpen? Ik heb gezien hoe je dat lukte met die andere, kan je dat ook bij deze doen?’, riep Storm. ‘Hij heet Vlam in Helder Vuur, hoor!’, riep Druppel. ‘Hoe kon ik dat nou weten?’, riep Storm terug. Heldervlam ging naast Zon lopen. ‘Zijn jullie van Bloedstroom?’, vroeg Heldervlam. ‘Wat? Wij haten hem!’, snauwde Zon terug en ging naast Sneeuw lopen. Lekker duidelijk! Na Zons botte opmerking besloot Heldervlam even met de andere katten te gaan praten. ‘Storm, ken jij Bloedstroom?’, vroeg Heldervlam voorzichtig, bang om nog zo’n bot antwoord te krijgen. ‘Alleen uit de verhalen die ik altijd hoorde als kitten. Ik ken hem alleen als een moordzuchtige kater die ons gebied aan het innemen is. Hij respecteert onze grenzen niet en heeft onze zus Duik van Buizerd gedood en nog een paar andere katten. Maar iets anders, wist je dat dit gebied waar we nu lopen, ooit Hemelrijk was. Eerst had het Hemelrijk ook nog de Stambomen.’ Heldervlam merkte dat Storm er niet graag over wou praten. Hoewel hij altijd zo spraakzaam was. Langzamerhand begonnen Heldervlams pootzooltjes pijn te doen. Hij merkte dat het pad verhardde en er schaduwen over hem heen vielen. Hij zag grote bergen die vast miljarden pootstappen hoog waren. Storm liep weg en Kruidenblad ging naast Heldervlam lopen. ‘Ik vertrouw ze niet, hoor. Ze hebben niks gezegd over waar ze vandaan komen en we weten geen eens of ze van Bloedstroom zijn.’ Misschien heeft ze gelijk…

    6
    ((big))Hoofdstuk 5((ebig)) Heldervlam ligt opgerold in zijn nest dat hij bij de Stam kreeg. Hij knipperde even en merkte toen dat hij in een andere ru
    Hoofdstuk 5

    Heldervlam ligt opgerold in zijn nest dat hij bij de Stam kreeg. Hij knipperde even en merkte toen dat hij in een andere ruimte was. ‘Vlam, word wakker!’ Een poot porde in zijn zij en Heldervlam herkende de stem van Storm. ‘Ik wil je iets laten zien.’ Storm rende voor hem uit. ‘Hey, volg me, slome!’ Heldervlam rekte zich uit en sprintte achter hem aan. Plotseling stopte Storm. Druppel versperde hem de weg. ‘Storm, je hebt haast zo te zien. Waar ga je heen?’ ‘Je weet wat ze zeggen, ik heb altijd haast. Maar het is niet belangrijk, kom je nog, Vlam?’, antwoordde Storm. ‘Oh, je wil Vlam iets laten zien. Wat dan?’, vroeg Druppel nieuwsgierig. Storm bracht zijn mond dicht bij Druppels oor en fluisterde iets onverstaanbaars. ‘Ah, dat is inderdaad een mooie plek. Ik ga wel mee. Mag dat?’ zei Druppel. ‘Ja hoor, dat is goed, toch Vlam?’ Oh nee, nu krijg ik alle aandacht! Hij gaf een benauwd knikje en ging naast Druppel en Storm trippelen. ‘We zijn er, de Stambomentuin!’ hoorde Heldervlam Storm roepen. Er stonden heel veel bomen, te veel om te tellen. In de grond zat een soort pootafdruk die diep in de grond gedrukt was. ‘Druk hier je poot in, dan vind je jouw Stamboom en die van de rest van je familie en kom je ook de Stamboom van jouw ziel tegen. Heldervlam drukte zijn poot in de pootafdruk. Er begonnen een paar bomen licht te geven. Heldervlam rende naar de boom die het felste scheen en hij zag hemzelf die naar de boom keek. Toen hij naar een ander blad keek, zag hij zijn moeder die aan het praten was met haar ziel Paula. Hij zag zijn vader en de rest van zijn familieleden waarvan hij er bijna geen een kende. Maar nergens in de boom stond zijn zusje Sterrenstroom. Hij probeerde een andere boom die licht gaf en keek in de bladeren. Hij zag Loek die aan het slapen was. Ze leek onrustig te dromen. Zou ze me missen? Hij zag nog een paar andere mensen die hij nog nooit gezien had. Toen hij in de volgende lichtgevende boom keek, zag hij Bloedstroom die toekeek hoe een leerling aan het trainen was. Toen hij in het volgende blad keek dat aan de boom zat wist hij niet wat hij moest doen. Hij kon niet meer helder denken en alles werd zwart...

    7
    ((big))Hoofdstuk 6((ebig)) Loek sliep en droomde heel raar, ze was in een ruimte met alleen maar wolken en af en toe zag ze wat grond. Is dit het Heme
    Hoofdstuk 6

    Loek sliep en droomde heel raar, ze was in een ruimte met alleen maar wolken en af en toe zag ze wat grond. Is dit het Hemelrijk? Ze zag Heldervlam. Maar toen ze naar hem toe wou komen kreeg hij een boze blik in zijn ogen en er kwam een gespierde kater met lichtbruine vacht en gele ogen aanlopen die net zo terug keek. Ze vielen elkaar aan en er verschenen nog veel meer katten, onder andere de kat die meldde dat alles goed was met Heldervlam. De onbekende kat verloor en leek verbannen te worden uit het territorium. Is dit een visioen?

    8
    ((big))Hoofdstuk 7((ebig)) Heldervlam kon het niet geloven. Is Sterrenstroom de dochter van Bloedstroom? Het idee dat hij niet haar broer is. Het is z
    Hoofdstuk 7

    Heldervlam kon het niet geloven. Is Sterrenstroom de dochter van Bloedstroom? Het idee dat hij niet haar broer is. Het is zo raar. Maar genoeg gedacht over Bloedstroom. Ik ga naar Druppel om te zeggen dat ik met haar naar het Hemelrijk wil gaan. Toen hij naar Druppel ging kon hij het maar niet geloven dat hij het nu écht ging doen. Hij loopt binnen en ziet dat Druppel bezig is met verwondingen checken van de krijger Lucht bij Zonsopkomst. ‘Je moet even rusten en daarna kan je weer deelnemen aan de grenspatrouilles.’, adviseerde Druppel. ‘Hey, Vlam, wat doe je hier?’ ‘Ik wou… je iets vertellen. Ik heet eigenlijk Heldervlam. Maar dat is niet belangrijk. Wij gaan bijna naar het Hemelrijk en ik zou graag met jou door de poort naar het Hemelrijk lopen.’, zei Heldervlam. ‘Dat zou ik heel graag willen.’, antwoordde Druppel. En nog leuk voor jou, ik heb het plan bedacht voor het sap van de Verderfboom…’

    9
    ((big))Hoofdstuk 8((ebig)) ‘De Stam en jouw vrienden, sluipen binnen bij het kamp van Bloedstroom en zorgen voor een verrassingsaanval. Dit is een a
    Hoofdstuk 8

    ‘De Stam en jouw vrienden, sluipen binnen bij het kamp van Bloedstroom en zorgen voor een verrassingsaanval. Dit is een afleiding. Dan sluip jij naar de Verderfboom en zorgt voor het sap. Ik zit niet bij de aanval en zal je rugdekking geven. En als iedereen goed vecht dan zullen de katten van Bloedstroom ook verzwakt zijn en zal ik ze zo kunnen verslaan. Is het duidelijk?’ Heldervlam knikte. ‘Oh ja, dat ben ik vergeten te zeggen.’, zei Druppel. ‘Straks begint het.’ Toen Heldervlam naar buiten kwam, zag hij de hele Stam bij elkaar. Hij vroeg aan Vis Die Door Water Glijd of hij en de oudsten ook mee vochten, waarop Vis antwoordde: ‘Natuurlijk vechten wij mee. Mijn zoon Rivier Die Door Bergen Stroomt is door hen vermoord en we willen allemaal van Bloedstroom en zijn katten af! Wij hebben ook het recht om mee te vechten en de gestorven katten te wreken!’ Het is tijd.

    10
    ((big))Hoofdstuk 9((ebig)) Heldervlam keek achter een piek toe hoe de Stam en zijn vrienden het kamp van Bloedstroom bestormden. De afleiding leek te
    Hoofdstuk 9

    Heldervlam keek achter een piek toe hoe de Stam en zijn vrienden het kamp van Bloedstroom bestormden. De afleiding leek te werken. Druppel zat naast hem en wenkte dat ze zo zacht en snel mogelijk naar de Verderfboom moesten. Plotseling dook er een Mistloper op. ‘Hoi, ik ben Hartmist en ik ben niet agressief en zal jullie niet verraden. Ik wil eigenlijk niet hier wonen want ik ben niet echt vals. Dus après vous, dat betekent Gaat u maar voor in een zielentaal die “Frans” heet.’ Hartmist boog zijn kop en schoof naar achteren zodat Druppel en Heldervlam erlangs konden. ‘Zie je iets, Hartmist?’, klonk het vanachter de piek. ‘Doei!’ fluisterde Hartmist en hij rende weg om met de Stam te gaan ‘vechten’. Heldervlam en Druppel renden zo snel als ze maar konden erlangs. Toen ze bij de Verderfboom waren klonk er opeens: ‘Het was een afleiding!’. Oh, nee! Heldervlam haalde snel een klauw over de Verderfboom en vluchtte met Druppel aan zijn zijde. Het is ons gelukt. Hij riep dat het gevecht voorbij was en ging samen met de Stam terug naar het kamp. Daarna vertrok hij met zijn vrienden en Druppel aan zijn zijde.

commentaren (0)

autorenew