Microbiologie college 1

star goldstar goldstar goldstar goldstar greyFemaleMale
50 Vragen - Ontwikkeld door: Fouzia - Ontwikkeld op: - 287 keer opgeroepen

Mondzorgkunde

  • 1
    Prokaryoten hebben ... celkern
    Geen
    Een
    Een dichte
  • 2
    Eukaryoten hebben ... celkern
    Geen
    Een
    Een dichte
  • 3
    Bacteriën zijn
    Eukaryoten
    Prokaryoten
    Pathogenen
  • 4
    Schimmels zijn
    Pathogenen
    Eukaryoten
    Prokaryoten
  • 5
    Protozoa zijn
    Eukaryoten
    Pathogenen
    Prokaryoten
  • 6
    Coccen zijn
    Bolvormig
    Spiraalvormig
    Staafvormig
  • 7
    Bacillen zijn
    Spiraalvormig
    Staafvormig
    Bolvormig
  • 8
    Spirocheten zijn
    Staafvormig
    Bolvormig
    Spiraalvormig
  • 9
    Pleomorfe bacteriën zijn
    Bolvormig
    Variabel van vorm
    Staafvormig
  • 10
    De term 'dipole' wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Hoeken
    Paren
    Ketens
  • 11
    De term 'stafylo' wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Ketens
    Druiventrossen
    Paren
  • 12
    Protoplast betekent
    Cytoplasma
    Datgene wat omgeven wordt door een celwand
    Datgene wat omgeven wordt door een celmembraan
  • 13
    Gram-positieve bacterien hebben een ... peptidoglycaanlaag.
    Soms dik en soms dun
    Dunne
    Dikke
  • 14
    Gram-positieve bacterien kleuren bij de gram-kleuring:
    Roze
    Paars/blauw-zwart
    Rood
  • 15
    Gram-negatieve bacterien hebben een ... peptidoglycaanlaag.
    Dunne
    Dikke
    Soms dik en soms dun
  • 16
    Gram-negatieve bacterien kleuren bij de gram-kleuring:
    Paar/blauw-zwart
    Rood
    Roze
  • 17
    Welke bacterien hebben een buitenmembraan?
    Beide
    Gram-negatieve bacterien
    Gram-positieve bacterien
  • 18
    Welke bacterien bevatten endotoxinen?
    Gram-positieve bacterien
    Beide
    Gram-negatieve bacterien
  • 19
    Welke bacteriën hebben volgens de definitie geen periplasmatische ruimte?
    Beide
    Gram-positieve bacteriën
    Gram-negatieve bacteriën
  • 20
    Wat is de juiste hierarchie (van hoog naar laag)?
    Domein, rijk, stam, klasse, orde, familie, geslacht, soort
    Orde, domein, rijk, familie, klasse, geslacht, soort, stam
    Rijk, domein, orde, stam, klasse, familie, soort, geslacht
  • 21
    Welke vier type voedingsstoffen hebben bacteriën nodig voor hun groei?
    Anorganische ionen, koolstof, organische voedingsstoffen, zuurstof/waterstof
    Stikstof, koolstof, zuurstof/waterstof, organische voedingsstoffen
    Organische voedingsstoffen, koolstof, anorganische ionen, stikstof
  • 22
    Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
    Microaerofielen
    Heterotrofe bacteriën
    Autotrofe bacteriën
  • 23
    Bacterien die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energie productie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op fermentatie voor energie productie zijn:
    Capnofielen
    Obligaat (strikte) aeroben
    Facultatief anaeroben
  • 24
    Heterotrofe bacteriën zijn parasitaire bacteriën die koolstof halen uit:
    Complexe organische verbindingen
    Complexe anorganische verbindingen
    CH4
  • 25
    Bacterien die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energie productie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op fermentatie voor energie productie zijn:
    Facultatief anaeroben
    Obligaat (strikte) anaeroben
    Microaerofielen
  • 26
    Bacterien die NIET groeien in aanwezigheid van zuurstof zijn:
    Microaerofielen
    Obligaat (strikte) aeroben
    Obligaat (strikte) anaeroben
  • 27
    Bacterien die groeien onder lage zuurstof concentratie zijn:
    Facultatief anaeroben
    Obligaat (strikte) aeroben
    Microaerofielen
  • 28
    Bacterien die groeien onder verhoogde koolstofdioxide concentratie zijn:
    Microaerofielen
    Capnofielen
    Facultatief anaeroben
  • 29
    Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
    Capnofielen
    Heterotrofe bacteriën
    Autotrofe bacteriën
  • 30
    Bacterien die zuurstof nodig hebben om te groeien zijn:
    Microaerofielen
    Obligaat (strikte) aeroben
    Obligaat (strikte) anaeroben
  • 31
    Wat is de juiste volgorde van reproductie (in een kweeksituatie)?
    Lag fase - logaritmische fase - stationaire fase - afstervingsfase
    Logaritmische fase - lag fase - afstervingsfase - stationaire fase
    Stationaire fase - logaritmische fase - lag fase - afstervingsfase
  • 32
    Wat gebeurt er tijdens de lag-fase?
    Balans tussen nieuwe bacterien en stervende bacterien
    Afname aantal levende bacterien
    Aanpassing
  • 33
    Wat gebeurt er tijdens de logaritmische fase?
    Balans tussen nieuwe bacterien en stervende bacterien
    Afname aantal levende bacterien
    Snelle celdeling
  • 34
    De groei van bacteriën wordt met name gereguleerd door:
    Voedingsstoffen
    PH
    Zuurstof
  • 35
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 25 en 40 graden Celsius?
    Psychrofiele bacterien
    Thermofiele bacterien
    Mesofiele bacterien
  • 36
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien onder 20 graden Celsius?
    Mesofiele bacterien
    Psychrofiele bacterien
    Thermofiele bacterien
  • 37
    Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 55 en 90 graden Celsius?
    Mesofiele bacterien
    Thermofiele bacterien
    Psychrofiele bacterien
  • 38
    Hoe ziet het bacteriële genoom er uit?
    Lineair, enkelstrengs DNA
    Circulair, enkelstrengs DNA
    Circulair, dubbelstrengs DNA
  • 39
    Bacteriën zijn:
    Haploid
    Triploid
    Diploid
  • 40
    Welke variatie is reversibel?
    Genotypische variatie
    Geen van beide
    Enotypische variatie
  • 41
    Welke variatie is een gevolg van een verandering in het milieu?
    Fenotypische variatie
    Genotypische variatie
    Geen van beide
  • 42

    Welke variatie is irreversibel?
    Geen van beide
    Fenotypische variatie
    Genotypische variatie
  • 43
    Transductie is:
    Het 'paren' van twee bacteriën.
    Opname van exogeen bacterieel DNA door een bacterie.
    DNA overdracht door een bacteriofaag.
  • 44
    De F-plasmide speelt een rol bij:
    Conjugatie
    Transformatie
    Transductie
  • 45
    Conjugatie is:
    Het 'paren' van twee bacteriën.
    Opname van exogeen bacterieel DNA door een bacterie
    DNA overdracht door een bacteriofaag
  • 46
    Transformatie is:
    DNA overdracht door een bacteriofaag.
    Het 'paren' van twee bacteriën
    Opname van exogeen bacterieel DNA door een bacterie
  • 47
    Welke plasmiden zijn relatief klein?
    Overdraagbare plasmiden
    Geen van beide
    Niet-overdraagbare plasmiden
  • 48
    Overdraagbare plasmiden worden overgedragen door:
    Conjugatie
    Transformatie
    Transductie
  • 49
    Van welke plasmiden komen er maar 1- 3 kopieën per cel voor?
    Overdraagbare plasmiden
    Geen van beide
    Niet-overdraagbare plasmiden
  • 50
    Welke informatie heeft betrekking op de glycocalyx laag?
    Bevordert vorming biofilm
    Bevat genetisch materiaal (nucleoïd, bestaand uit een circulair chromosoom)
    Fosfolipidebilaag met receptoren en andere eiwitten

commentaren (0)

autorenew