Kan je vriend op jou rekenen?

star goldstar goldstar goldstar goldstar greyFemaleMale
10 Vragen - Ontwikkeld door: Anoniempje - Ontwikkeld op: - 1.128 keer opgeroepen

Doe snel deze test en kom te weten of je beste vriend op jou kan rekenen. Wees eerlijk met jezelf!

  • 1
    Iemand van je klas is gezakt voor een test door jouw schuld. Wat doe je?
    Je geeft jezelf aan bij de leerkracht.
    Als zijn ouders boos zijn, leg je het wel uit
    Hij gaat toch geen uren zitten janken?
  • 2
    Na de match zoekt iemand die in de douche staat, naar zijn slip. Het is al erg laat en je moet op tijd thuis zijn. Wat doe je?
    Je geeft ze wel, als je ze zou vinden.
    Je gooit het ding in de meisjeskamer.
    Je haast je om ze hem toe te gooien.
  • 3
    Je klas maakt een reis naar Londen. Zonder Jerry, want zijn ouders zijn tegen.
    Als je tijd hebt, praat je erover met de leerkracht.
    Je belooft om een souvenir voor hem te kopen.
    Je vraagt de hele klas om een petitie te tekenen.
  • 4
    De pc van iemand van je klas is vastgelopen, 3 dagen voor het opstel op de computer.
    Hij mag de jouwe niet lenen. Mijn pc is veel te duur.
    Hij kan de jouwe lenen, nadat mijn opstel klaar is.
    Je schiet direct te hulp met uitgebreid gereedschap.
  • 5
    Tijdens de zwemles valt de zwembroek van iemand van je klas af.
    Zijn zwembroek was toch veel te groot.
    Vreselijk! Waarom lachen mensen hiermee?
    Je lacht hem uit en vertelt het aan iedereen.
  • 6
    Je beste vriend is een week ziek.
    Ik maak kopies en steek meer dan 5 uur tijd om alles uit te leggen.
    Hij heeft zeker te veel snoep gegeten, de dikzak!
    Je maakt wel kopies als het aan jou gevraagd wordt.
  • 7
    Je beste vriend is bij jou thuis. Hij heeft heel veel honger.
    Ik zal wel een klein koekje halen.
    Tijd voor een uitgebreide maaltijd met alles wat hij wil!
    De supermarkt is gesloten, jammer!
  • 8
    Je beste vriend heeft liefdesverdriet.
    Je zegt dat alles goed gaat komen en dat geld belangrijker is als liefde.
    Je troost hem en geeft hem veel knuffels.
    Je koopt een zakdoekendoos voor hem.
  • 9
    Je hebt ruzie met je vriend. Hij heeft op je hoofd geslagen en jij hebt hem op de grond geduwd.
    Je zegt dat het je spijt en je hem vergeeft.
    Hij moest mij maar niet slaan!
    Tijd om een nieuwe vriend te zoeken!
  • 10
    Je vindt dat je altijd klaarstaat voor je beste vriend. Zowel in goede als in slechte tijden.
    Ik ben eerder niet akkoord.
    Ik ben akkoord!
    Ik ben volledig akkoord!