Spelregeltrainer COVS Drachten 20 vragen

  1. Ontwikkeld door: Jan Pultrum

Vraag 1: De doelverdediger gooit de bal van binnen het eigen strafschopgebied opzettelijk en met kracht tegen een tegenstander aan, die binnen het speelveld, maar buiten het strafschopgebied staat. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor. Hoe wordt het spel hervat?
Met een scheidsrechtersbal.
) Met een strafschop.
) Met een indirecte vrije schop.
) Met een directe vrije schop.

Vraag 2: . De doelverdediger heeft, op de grond liggend, nog één vinger op de bal. Mag de bal nu worden gespeeld?
) Alleen door een medespeler.
De bal mag niet meer worden gespeeld.
Alleen door een tegenstander.
) De bal mag door iedereen worden gespeeld.

Vraag 3: . Een speler wisselt buiten het speelveld van schoeisel. Wanneer en waar mag hij tijdens het spel het speelveld weer betreden?
) Nooit, omdat het spel moet zijn onderbroken.
) Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter vanaf iedere willekeurige plaats.
Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter alleen ter hoogte van de middenlijn.
Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter vanaf (elke plek op) een zijlijn

Vraag 4: . Bij het nemen van een vrije schop binnen het eigen strafschopgebied, bevinden zich nog een of meer tegenstanders zich in het strafschopgebied. De nemer besluit de bal snel te nemen terwijl de tegenstanders geen tijd genoeg hebben om dit gebied te verlaten. Wat beslist de scheidsrechter?
Hij laat alleen doorspelen indien geen van de tegenstanders de bal binnen het strafschopgebied heeft geraakt.
Hij laat gewoon doorspelen.
) Hij onderbreekt het spel en laat opnieuw hervatten met een vrije schop door de verdedigende partij.
) Hij laat alleen doorspelen indien de tegenstanders op tenminste 9,15 meter staan.

Vraag 5: . Een speler loopt kwaad het veld af, zonder zich af te melden. De aanvoerder meldt de speler af bij de scheidsrechter en wil een vervanger inzetten. De scheidsrechter weigert dit, ondanks het feit dat de betrokken speler geen overtreding heeft begaan, waarvoor wegzending noodzakelijk was. Handelt de scheidsrechter juist?
De scheidsrechter handelde juist, omdat bij kwaad weglopen geen vervanging is toegestaan.
) De scheidsrechter handelde volledig juist.
) De scheidsrechter handelde alleen juist, indien er reeds drie spelers waren vervangen.
De scheidsrechter handelde juist, omdat betrokken speler zich niet had afgemeld.

Vraag 6: . Terwijl de bal in het spel is, spuwt de doelverdediger, die zich binnen het eigen strafschopgebied bevindt, een tegenstander, die zich buiten het strafschopgebied, maar binnen het speelveld bevindt, in het gezicht. Welke maatregelen moet de scheidsrechter nemen?
) Indirecte vrije schop op de plaats waar de doelverdediger zich bevond, alsmede het wegzenden van de doelverdediger.
) De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden en het spel wordt hervat met een directe vrije schop vanaf de plaats waar de tegenstander zich bevond, toen hij werd bespuwd.
) De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden en het spel wordt hervat met een strafschop
) Directe vrije schop op de plaats waar de doelverdediger zich bevond, alsmede een waarschuwing aan de doelverdediger.

Vraag 7: . Speler A schiet op het doel van de tegenpartij. Op dat moment staat een medespeler van hem buitenspel, maar volgens de scheidsrechter niet strafbaar. Hij laat dan ook doorspelen. De ingeschoten bal wordt echter tegen de doelpaal geschoten en stuit voor de voeten van deze buitenspel staande medespeler, die vervolgens scoort. Wat beslist de scheidsrechter?
Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler de bal ontving.
) Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler stond toen speler A op het doel schoot.
Hij keurt het doelpunt goed en laat hervatten met een aftrap na geldig doelpunt.
Hij keurt het doelpunt af en laat hervatten met een doelschop.

Vraag 8: . De scheidsrechter heeft het spel onderbroken, omdat een speler geblesseerd in het speelveld ligt en direct verzorging nodig heeft. Hij hervat na de verzorging het spel met een scheidsrechtersbal. Van partij A weigeren de spelers daarbij aanwezig te zijn. Wat moet de scheidsrechter nu doen?
) In de regels staat nergens, dat de spelers aanwezig dienen te zijn. Hij laat de scheidsrechtersbal dus gewoon plaatsvinden.
) Hij wacht totdat er een speler van partij A aanwezig is.
) Hij wijst de aanvoerder van partij A op de gevolgen van deze weigering
) Hij laat partij B een indirecte vrije schop nemen.

Vraag 9: . De doelverdediger vangt de bal met beide handen en wil de bal uittrappen. Een tegenstander loopt in het strafschopgebied richting eigen speelhelft. De doelverdediger schiet de bal tegen de achterkant van de hand van de aanvaller. Daardoor komt de aanvaller verrassend in het bezit van de bal, draait zich om en scoort. Wat beslist de scheidsrechter?
) Het doelpunt wordt afgekeurd, omdat de aanvaller zich nog in het strafschopgebied bevindt.
Het doelpunt wordt afgekeurd, omdat de aanvaller de bal opzettelijk met de hand speelt.
Het doelpunt wordt toegekend, omdat de aanvaller de bal niet opzettelijk met de hand speelt.
) Het doelpunt wordt afgekeurd, omdat de aanvaller de doelverdediger het uittrappen belet.

Vraag 10: . Een veldspeler die een tegenstander vasthoudt, moet alleen worden bestraft met een directe vrije schop c.q. strafschop, indien dit:
Onvoorzichtig, onbesuisd of gepaard gaande met buitensporige inzet gebeurt.
) Met twee handen gebeurt
) Altijd gebeurt
Naar het oordeel van de scheidsrechter gebeurt.

Vraag 11: Als tijdens het spel de bal tegen de assistent-scheidsrechter wordt geschoten en via hem uit het speelveld gaat, kan het spel op verschillende manieren hervat worden. Welke van de onderstaande mogelijkheden is niet juist?
Inworp
) Doelschop.
Scheidsrechtersbal.
Hoekschop.

Vraag 12: . Een aanvaller heeft zich naast het doel buiten het speelveld begeven om zich zodoende aan buitenspel te onttrekken. Op het moment dat de doelverdediger de bal heeft opgevangen, komt deze speler weer het speelveld inlopen om te voorkomen dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen. De scheidsrechter moet nu:
De aanvaller alsnog bestraffen met een indirecte vrije schop wegens buitenspel en de aanvaller een waarschuwing geven.
) Door laten spelen.
Een directe vrije schop toekennen aan de verdedigende partij en de aanvaller een waarschuwing geven.
) De aanvaller een waarschuwing geven en bestraffen met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter affloot.

Vraag 13: De doelverdediger duikt naar de bal, waarna deze klem komt te zitten tussen zijn hand en de doelpaal. Een speler tikt de bal daarna voorzichtig in het doel. Wanneer is dit doelpunt geldig?
) Als de bal wordt gespeeld door een tegenstander van de doelverdediger.
) Dit doelpunt is nooit geldig.
) Als de bal wordt gespeeld door een medespeler van de doelverdediger.
) Dit doelpunt is altijd geldig.

Vraag 14: . Na een beslissingswedstrijd moeten er strafschoppen worden genomen. De thuisspelende partij beëindigt de wedstrijd door blessures en een veldverwijdering met 9 spelers. Hoeveel spelers in totaal moeten zich nu tijdens het nemen van een strafschop in de middencirkel bevinden?
17 spelers
19 spelers.
18 spelers
15 spelers.

Vraag 15: . De scheidsrechter heeft vlak voor het verstrijken van de speeltijd een vrije schop toegekend aan de aanvallende partij, net buiten het strafschopgebied van de verdedigende partij. Voordat de vrije schop zal worden genomen, ziet de scheidsrechter dat de speeltijd is verstreken. Hij zal nu:
De wedstrijd verlengen met 2 minuten.
) De wedstrijd als beëindigd beschouwen.
Eerst de vrije schop laten nemen en dan direct affluiten.
Eerst de vrije schop laten nemen, de uitwerking afwachten en daarna affluiten.

Vraag 16: . Een indirecte vrije schop moet worden toegekend wegens:
Steunen op een medespeler om de bal te koppen.
Blokkeren van een tegenstander.
Spuwen van een tegenstander.
Vasthouden van een tegenstander.

Vraag 17: . De scheidsrechter heeft het spel onderbroken vanwege een inworp. Tijdens dit “dode” moment loopt een wisselspeler het speelveld in en beledigt de scheidsrechter. Welke maatregel(en) neemt de scheidsrechter tegen deze wisselspeler en hoe hervat hij het spel?
De wisselspeler wordt naar de bank verwezen, omdat hij niet aan het spel deelnam en het spel wordt hervat met een inworp.
De wisselspeler wordt van het veld verwijderd. Hij mag niet meer gewisseld worden. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.
) De wisselspeler wordt van het veld verwijderd. Hij mag niet meer gewisseld worden. Het spel wordt hervat met een inworp.
De wisselspeler wordt naar de bank verwezen en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.

Vraag 18: . Tijdens een oponthoud meldt een te laat komende speler zich volgens de regels bij de scheidsrechter. Beiden staan dan binnen het speelveld. De scheidsrechter controleert het schoeisel van de betreffende speler en geeft hem op grond daarvan geen toestemming mee te doen. Daarop beledigt de speler de scheidsrechter. Wat beslist de scheidsrechter?
Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat geen invaller toe, omdat de te laat komende speler geacht wordt deel uit te maken van zijn ploeg.
Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat geen invaller toe, omdat dat nooit kan als iemand de scheidsrechter beledigt.
) Altijd door laten spelen.
De verdedigende partij mag in het eigen strafschopgebied een vrije schop nemen. De doelverdediger plaatst de bal naar een medespeler, die de bal terugspeelt. Wat beslist de scheidsrechter?

Vraag 19: De verdedigende partij mag in het eigen strafschopgebied een vrije schop nemen. De doelverdediger plaatst de bal naar een medespeler, die de bal terugspeelt. Wat beslist de scheidsrechter?
) Alleen door laten spelen als de bal rechtstreeks buiten het strafschopgebied is geplaatst en de doelverdediger de bal niet met zijn handen aanraakt.
) Vrije schop laten overnemen.
Indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de bal het strafschopgebied verliet.
Altijd door laten spelen.

Vraag 20: . Een inwerpende speler laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt bij een tegenstander terecht. Hoe reageert de scheidsrechter?
Hij onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal
Hij laat doorspelen, omdat hij de voordeelregel toepast.
) Hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen.
) Hij onderbreekt het spel en laat dezelfde partij opnieuw inwerpen.

t < 10 min

Oordeel:



1617 keer opgeroepen
De quiz is ontwikkeld op: 2011-02-01

Ontwikkeld door:

Geef je oordeel!

zeer slecht   zeer goed
 
1 2 3 4 5

quizzes and tests   Quiz und Tests