| Vraag 7: Je hebt het briefje meegenomen op je kamer en nog een paar keer doorgelezen. Diegene die dit briefje heeft geschreven schijnt oprecht in jou en je situatie geďnteresseerd te zijn. Je lacht in jezelf en vindt het niet eens zo slecht hier beland te zijn. De volgende morgen is het weer enorm omgeslagen, er woedt een storm en jullie moeten het zeil heffen. Daarbij val je overboord (of niet). Hoe helpt men jou?
|
|
|
Je wordt naar het roer gestuurd maar voordat je daar aankomt, struikel je. Helaas is een stuk van de reling afgebroken en jij stort in zee. Maar voordat je door de volgende golf overspoeld wordt, neemt iemand je in de arm en klimt aan een touw terug aan boord.
|
|
Je zit net in de mast en sjort het zeil vast als een sterke windstoot je beetpakt. Je wordt in de diepte gegooid, maar vlak voordat je te pletter valt op het dek vangt een sterke arm je op.
|
|
Jou werd vertelt dat je in zo‘n situatie niet veel kunt doen. Je kreeg de raad je met een stuk touw aan de reling vast te binden. Je hebt weliswaar de raad opgevolgd, maar het touw is geknapt, dus werd je door een golf weggespoeld. Voordat je echter in de zee verdwijnt, pakt iemand het restje touw en trekt je terug aan boord.
|
|
Je klimt juist de touwladder van de mast omhoog als de ladder scheurt. Je kunt je niet meer houden en valt in de woeste zee. Voordat iemand aan boord dat merkt, ben je al 20 meter bij het schip vandaan. Maar als iemand het merkt, aarzelt hij niet, knoopt een touw om zich heen en zwemt je achterna. Met vereende krachten trekken ze je weer aan boord.
|
|
Je wordt gevraag boven te helpen maar de sterke storm verrast je en je verliest je grip. Een hele sterke windstoot grijpt je, werpt je in de lucht en je valt van 15 meter hoogte rechtstreeks op de zee af. Maar je redder springt van de mast af en vangt je op. Hij houdt zich vast aan een touw en trekt zichzelf en jou terug op het schip.
|